Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
Ten 2'ie voor de meest verlatene zielen.
Ten voor de zielen, die het naast bij hare verlossing zijn.
Wij mogen door de zielen des vagevnnrs ook veel voor ons
zeiven en de zondaars vragen. Zij kunnen niet voor zich,
maar wel voor anderen bidden en verkrijgen.
Men veronderstelt ook, dat zij weten, wie haar verlost; zij
zullen dus zeker uit dankbaarheid voor ons bidden.
10 V. Wat is de hel?
A. Eene onderaardsche plaats van onbegrypelijke
pijnen en smarten, die God bereid heeft om de duivels
en de verdoemden eeuwig te straffen.
Eene onderaardsche plaats, d. w. z., eene plaats onder de
aarde, welke wij met onze voeten betreden; ook daar dicht
bij denkt men het vagevuur.
Van onbegrijpelijke pijnen en smarten. Welke pijnen en smar-
ten de verdoemden in de hel lijden, leert de Catechismus in
de laatste Les, 8®'« Vraag.
Die God bereid heeft om de duivels en de verdoemden eeuwig te
straffen.
Overwege hier een ieder ter bevestiging van dit antwoord,
en ter bevestiging in de heilzame vreeze Gods, het vonnis,
dat Jesus tegen de verdoemden zal uitspreken: Gaat weg
van mij, gij verdoekten ! in het eeuwig vuur, dat bereid is voor
den duivel en zijne engelen, dat is , zijne volgelingen, zijn aan-
hang, die in hun leven God door doodzonde hebben verlaten
en den duivel aangehangen, en zonder oprechte boetvaardig-
heid, in staat van doodzonde gestorven zijn.
11 V, Waarheen gaan de zielen dergenen ^ die in
staat van doodzonde sterven ?
A. Naar de hel.
In de dO^te Leg y^ g verzekert de Catechismus, dat ééne
C 9