Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
126
dat alle wereldech pleizier zoo spoedig een einde neemt , en
niets van zich achter laat, (dan de spijt dat het voorbij is ,
en als het zondige vermaken waren, de straf) vergalt alle
geluk, en verbittert de zoetste vreugde.
Behalve dat de doodzonde ons voor eeuwig uit den hemel
sluit, zijn er nog twee zaken, die er ons voor eenen tijd
uitsluiten, nl. do dagelijksche zonden en de overgebleven
straffen van dood- en dagelijksche zonden.
Wij zien daar weer uit, hoezeer de dagelijksche zonden
aan God mishagen, on hoezeer wij er op bedacht moeten
zijn, om ze vooral 'savonds door een oprecht berouw uit
te wisschen.
6 V. Wat verstaat gij door het vagevuur ?
A. Eene plaats, in welke de zielen der overledene
rechtvaardigen door het vuur en andere straffen van
hunne schulden gezuiverd worden.
7 V. Welke zielen gaan naar het vagevuur ?
A. De zielen dergenen, die wel in de liefde Gods
sterven , maar nog niet geheel voldaan hebben voor
hunne zonden.
Vagevuur beteekent: zuiveringsplaats.
Vagevnuv, vegevMur: evenals een doek het vuil afveegt,
of zooals het vuur als het ware den roest van het ijzer
veegt, zoo veegt het vagevuur de schuldvlekken van de
zielen der overledene rechtvaardigen. Door de zielen der
overledene rechtvaardigen worden hier — gelijk uit het zevende
antwoord blijkt — verstaan : de zielen dergenen , die wel in
de liefde Gods gestorven zijn , maar bij hun dood nog niet
geheel voldaan hebben voor hunne zonden.
De Catechismus voegt er bij, dat die zielen daar door het
vuur en andere straffen van hunne schulden gezuiverd worden*