Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
6 V. Wat is de mensch ?
A. Een redelijk schepsel Gods, bestaande uit eene
onsterfelijke ziel en een sterfelyk lichaam.
De mensch is een schepsel Gods. Scheppen beteekent: iets
voortbrengen uit niets , iets uit niets maken. Dat kan God
alleen. Een schepsel beteekent dua, iets of iemand uit niets
voortgebracht.
De mensch wordt dus een schepsel Qods genoemd, omdat
hij naar de ziel door God geschapen , of, uit niets is voort'
gebracht. (Zie les, vraag,)
Hieruit volgt rechtstreeks, dat elke mensch van God af-
hankelijk is, aan God toebehoort: het gemaakte toch behoort
aan den maker.
Gij weet nu, waarom de mensch een schepsel Gods genoemd
wordt. Maar waarom is de mensch een redelijk schepsel Gods ?
Omdat hij door God met rede of verstand, en vrijen wil
begaafd is.
Met rede of verstand begaafd zijn , rede of verstand heb-
ben , wil zeggen: het goede , de deugd, van 't kwade, van
de zonde kunnen onderscheiden.
Tusschen het goede en kwade kunnen kiezen, dat heet
een vrijen wil hebben.
De mensch wordt dus een redelijk schepsel Gods genoemd»
omdat hij, eenmaal tot het gebruik zijner rede, tot de jaren
van verstand gekomen, het goede van het kwade, de deugd
van de zonde kan onderscheiden , en het een kan doen en 't
andere laten, één van twee kan kiezen.
Door zijn veratand en den vrijen wil is de mensch ver ver-
heven boven de dieren, en overige schepaelen Gods op aarde,
b. v. zon , maan , sterren , planten , boomen , bloemen ; kort-
om : boven alle overige dingen of zaken, die men in de
wereld zien kan; want al die dingen zijn in hun oorsprong