Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
4 V. Welke zielen gaan naar den hemel ?
A. De zielen dergenen, die in de liefde Gods
sterven, en niets meer te boeten of te zuiveren hebben.
5 V. Hoelang zal de zaligheid des hemels duren?
A, Eeuwig.
Het geluk des hemels is zoo groot, dat wij het niet begrij-
pen kunnen, en ons hart is ook te klein , om al dat geluk
in zich op te nemen; daarom staat er in de H. Schrift: wij
zullen ingaan in de vreugde des Heeren, en niet, de vreugde
des Heeren zal in ons gaan. Al dat geluk zal niet in ons
kunnen gaan, wijl het te groot is, en wij het niet allemaal
in ons bevatten kunnen, gelijk wij ook wel in een huis
kunnen gaan , maar het huis niet in ons.
Wij zullen geheel van vreugde en geluk vervuld zijn, en
dan zal er, om zoo te spreken , nog zoo veel van dat geluk
overblijven , dat wij ons nog geheel in dat geluk bevinden
en er van omringd zijn.
Geen oog, zegt de H. Paulus, heeft gezien, en geen oor heeft
gehoord, en in geen menschenhart is opgekomen, wat God bereid
heeft voor die Hem liefhebben.
Dat is: al hadden wij al het schoone gezien, dat er ooit
op de wereld bestaan heeft, dan hadden wij nog op verre
na niets van het geluk des hemels gezien. En al hadden wij
al de schoone muziek of den zang gehoord, die er gehoord
is of gehoord zou kunnen worden , dan zou het in de verste
verte toch niet bij de verrukkelijke muziek des hemels halen;
en al zou men duizend jaren besteden, om alle mogelijk
geluk uit te denken , dan zou men toch het minste geluk
des hemels niet bedacht hebben ; want dat geluk is zoo
groot, dat het nooit in 's menschen gedachten kan opkomen.
En dat geluk zal eeuwig duren, zonder dat wij behoeven te
vreezen, dat het ons ooit ontnomen zal worden. De vreugde
■der wereld echter is kort en vergankelijk, en de gedachte,