Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
121
De grootte van de doodzonde kan men afmeten :
Ten naar de grootheid van God, die door de zonde
beleedigd wordt. Hoe grooter de persoon is, die beleedigd
wordt, hoe grooter de misdaad is. God is oneindig groot,
dns is de misdaad ook oneindig groot.
Ten 2"'® kunnen wij hare grootheid afmeten naar de vreese-
lijke hel, de straf der doodzonde.
7 V. Welk is het elfde artikel van het Symbolum
des Geloofs ?
A. Verrijzenis des vleesches.
8 V. Wat is te zeggen : Verrijzenis des vleesches ?
A. Dat de doode lichamen der menschen door
Gods almacht uit de aarde weder zullen opstaan en
herleven.
Verrijzenis des vleesches; men denke hier dat er voor staat:
ik geloof de verrijzenis des vleesches. Verrijzenis beteekent:
omhoog komen , uit het graf weer levend opstaan.
Men zegt, verrijzenis des vleesches, dat is, der lichamen ,
en niet verrijzenis des menschen, want dan zouden wij lichaam
en ziel meenen; en de ziel kan niet verrijzen, omdat zij niet
sterven kan ; verrijzen is toch van den dood opstaan.
9 V. In welke gesteltenis zullen de lichamen ver*
rijzen ?
A. Ieder in zijn natuurlijk en volmaakt wezen,
nochtans verschillend in hoedanigheid,
In welke gesteltenis zullen de lichamen verrijzen beteekent:
hoe zullen ze er uitzien, als zij verrijzen.
Ieder in zijn natuurlijk wezen , dat is: ieder zal dan zijn
eigen lichaam, vleesch, beenderen, handen , voeten, enz.
terugkrijgen.