Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
of zeker eiken avond , schoon maken door het berouw, dan
krijgt God er geen walg van.
Ten kunnen wij de grootte der dagelijksche zonden af-
meten naar de verschrikkelijke pijnen, waardoor God ze in
het vagevuur straft.
Op degelijke gronden houdt men, dat dit vuur een waar
stoffelijk vuur is, gelijk aan het vuur der hel, uitgenomen
dat het niet eeuwig duurt. Daarbij komt nog de tijdelijke
pijn van schade, het voor eenigen tijd derven van Gods aan-
schijn. Tot die vreeselijke strafién veroordeelt God zijne kin-
deren , die Hij nochtans meer bemint dan eene moeder hare
kinderen. En die straffen verdienen de dagelijksche zonden
werkelijk; want God, rechtvaardig zijnde, kan ze niet meer
straffen dan ze verdienen. Een kwaad, dat zulke verschrik-
kelijke straffen verdient, mag men zeker niet klein achten.
Als men telkens als men loog , ongehoorzaam was, oneer-
biedig in het bidden en in de kerk, onachtzaam in het leeren
en andere plichten , liefdeloos , enz. eens een vinger in het
vuur moest houden , dan zou men die zonden niet doen ; en
toch krijgt men er in 't vagevuur veel meer straf voor; niet
onze hand, maar geheel onze ziel moet in het vuur, en niet
een half uur, maar veel langer, en in een veel vreeselijker
vuur dan dat der aarde.
Die redenen zijn wel geschikt om ons een grooten afschrik
voor de dagelijksche zonden in te boezemen en ons tot berouw
op te wekken , als wij er in gevallen zijn.
6 V. Door wat middel worden ons de doodzonden^
vergeven ?
A. Xa het Doopsel door de Priesterlijke macht in
de Biecht, en ook door een volmaakt berouw.
Er staat, dat de zonden, na het doopsel gedaan, door de
biecht vergeven worden , omdat de zonden, vóór het doopsel
gedaan, door het doopsel vergeven worden.