Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
119
5 V. Door wat middel worden ons de dagelijksche
zonden vergeven ?
A. Door berouw , maar bijzonder door de Biecht.
De dagelijksche zonden worden vooral door de Biecht ver-
geven , doch, zooals boven reeds gezegd is, ook door de
H. Mis, den zegen eens Priesters, het gebruik van wijwater,
enz.; doch er moet dan altijd, zooals ook reeds aangestipt
is, berouw bij zijn.
Wij moeten een grooten afschrik voor de dagelijksche
zonden hebben.
Ten omdat wij er God, dien goeden Vader, door
bedroeven, die ons zoozeer bemind en zooveel voor ons
gedaan heeft.
Ten 2'ie omdat onze ziel, die zoo schoon is, er door bevlekt
Tvordt, en mishaaglijk en walgelijk in de oogen van God.
Het gaat er mee als met eene tafel, waaraan men eet en
drinkt; als het gedaan is, liggen er broodkruimels, melk,
koffie, enz. op. Als men nu dat alles telkens maar liet
liggen, zou die tafel ten laatste zoo vuil worden, dat men
een walg zou hebben om er aan te zitten.
Zoo gaat het ook met onze ziel: als wij maar telkens
dagelijksche zonden bedrijven, en ze niet uitwisschen, dan
wordt onze ziel zoo walgelijk in de oogen van God, dat
Hij er oenen afkeer van begint te krijgen, en op het punt
staat om ons uit te werpen (uit zijn Hart, uit zijne liefde,
door toe te laten, dat wij in doodzonden vallen) gelijk wij
uitspuwen, wat ons walgt.
Wij moeten, na eene dagelijksche zonde bedreven te hebben,
4oen, wat moeder doet na het koffie drinken.
Moeder laat de tafel zoo niet liggen, maar veegt ze aan-
stonds met een doek af.
Zoo ook moeten wij doen, wij moeten onze ziel aanstonds.