Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
8
Sacramenten, en het vijfde over de Christelijke Recht-
vaardigheid.
Waarom volgt dat zóó : eerst het geloof, dan de hoop enz. P
Omdat, als wij God, en Zijne goddelijke eigenschappen,
Zijne volmaaktheden , b. v. Zijne almacht, Zijne heiligheid
en rechtvaardigheid, Zijne oneindige wijsheid en alwetendheid,
Zijne oneindige goedheid en barmhartigheid door het geloof
hebben leeren kennen, wij dan als het ware van zelf op
Hem hopen, en Hem als het opperste goed in zich zeiven,
en ons opperste goed zullen liefhehhen , beminnen.
Ware liefde moet zich toonen door de werken, door te
doen wat degene, dien men zegt lief te hebben, van ons wil,
of verlangt, in één woord : door te doen wat hem behaagt;
èn door te laten wat hij ons verbiedt, of hem mishaagt.
Natuurlijk wordt dus in 't derde deel van den Catechismus,
dat handelt over de goddelijke Liefde, ook gehandeld over de
tien geboden Gods en de vijf geboden der H. Kerk , omdat
we door deze te onderhouden, met de daad moeten toonen,
dat we God wezenlijk en oprecht lief hebben.
Geheel natuurlijk handelt dus ook het vierde deel van den
Catechismus over de HH. Sacramenten, omdat we vooral in
de HH. Sacramenten de genaden, de hulp van Gods gratie ,
m. a. w. bovennatuurlijke kracht en sterkte vinden, die wij
uit onze natuur, uit ons zeiven niet hebben, en ons toch
noodzakelijk zijn om de geboden Gods naar behooren te
onderhouden.
Onderhouden wij, geholpen door Gods gratie, Gods geboden
naar behooren , dan komen wij van zelf tot de Christelijke
Eechtvaardigheid, waarover de Catechismus handelt in het
vijfde deel. Want dan zullen wij het kwade laten, of, wat
hetzelfde is, de zonde vluchten, en het goede doen, de deugd
beoefenen. Immers hierin juist bestaat de Christelijke Eecht-
vaardigheid. (Zie 39»" les, 2''« vraag.)