Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
115
De Paus en Bisschoppen hebben van God de macht ont-
vangen om aflaten te verleenen.
Zij hebben dns daardoor eene goddelijke macht over de
schatten der H. Kerk ontvangen. Christus heeft tot hen
gezegd; Wat gij op aarde ontbindt, zal in den hemel ont«
bonden zijn. (Matth. XVI.)
10 V. Waaruit bestaan die schatten der H. Kerk?
A. Uit de oneindige verdiensten en voldoeningen
van Christus en de overvloedige voldoeningen der
Heiligen. (Zie Vr.)
11 V. Wat moeten wij doen om de aflaten te ver-
dienen ?
A. Alles wat de Paus j de Bisschoppen of de
andere Oversten der H. Kerk daartoe vereischen.
12 V. Wat wordt er gewoonlijk vereischt om eenen
vollen aflaat te verdienen ?
A. Dat men waardiglijk biechte en communiceere,
en dat men bidde tot de intentie der H. Kerk.
Men onderscheidt tweeërlei soort van aflaten, volle en
gedeeltelijke.
Een volle aflaat is een aflaat, waardoor ons alle tijdelijke
strafien ten volle worden kwijtgescholden.
Een gedeeltelijke aflaat ia een aflaat, waardoor ons een
gedeelte van de tijdelijke straflen wordt kwijtgescholden.
Wanneer wij eenen aflaat van 7 jaren , van 40 dagen of
quadragenen, enz. verdienen, dan boeten wij daarmee zooveel
af voor onze zonden, als vroeger de eerste Christenen af-
boetten met zooveel jaren of dagen openbare boete te doen.
Om nu een aflaat te verdienen , moet men datgene vol-
brengen, wat diegenen, die den aflaat verleenen , daartoe