Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
Dus van de tijdelijke straffen die nog zijn overgebleven
van de zonden, die ons al vergeven zijn.
De zonden zelf worden ons niet vergeven of kwijtgeschol-
den door aflaten.
Die worden ons, als het doodzonden zijn, door de biecht,
en als men niet biechten kan, door een volmaakt berouw
met den wil van^ te biechten , kwijtgescholden of vergeven ;
en de dagelijksche zonden worden nog door vele andere
middelen vergeven, b. v. door de H. Mis, door een akte
van berouw of van liefde, door de H. Communie, door den
zegen van een Bisschop, door den zegen, welken de Priester
voor de H, Communie uitspreekt, enz.; er moet natuurlijk
altijd berouw bij zijn.
Maar nadat de zonden vergeven zijn, blijven er meestal
nog tijdelijke straffen over.
Dat er na het vergeven der zonden soms tijdelijke straffen
overblijven, zien wij duidelijk aan David.
God zond zijn Profeet tot hem, om te zeggen, dat hij
gezondigd had, en aanstonds riep David met een berouwvol
hart uit: peccaviI Ik heb gezondigd! Waarop de Profeet
antwoordde: God heeft uwe zonden vergeven, uwe zonden
weggenomen.
De eeuwige straf was hem dus vergeven , doch er bleven
nog tijdelijke straffen over, want de Profeet zeide: Weet
echter, koning, dat de straffende hand Gods niet meer van
uw huis wijken zal.
9 V. Wie geeft de aflaten ?
A. De Paus van Rome , de Bisschoppen en som-
mige andere Oversten der H. Kerk, door de godde-
lijke macht, die zij over de schatten der H. Kerk
ontvangen hebben.