Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
Onder andere (dat wil zeggen : dat er nog meer zijn) deze
vier:
Ten l^te dat zij één is.
12 V. Waarin is de eenheii der H. Kerk gelegen?
A. Dat zij onder één hoofd staat, en in alle
stukken des Geloofs ééne en dezelfde leer volgt.
Zij is één in hoofd, hetwelk Christus is, die op aarde ver-
tegenwoordigd wordt door den Paus.
Één in leer. Zij leert altijd en overal hetzelfde; terwijl bij
de protestanten , de eene dit, de andere dat leert. Dat de
leer niet verandert, wanneer er een nieuw geloofspunt door
de Kerk wordt verkondigd, blijkt uit Les 3. Wij geloofden
het reeds in 't algemeen, omdat het door God geopenbaard
was, maar nu eerst zijn wo daartoe in 't bijzonder verplicht,
omdat wij nu door de onfeilbare uitspraak der Kerk vol-
komen zeker zijn van die openbaring.
Zij is ten 2'« heilig.
13 V. Waarin bestaat het kenteeken, dat de Kerk
heilig ïs ?
A. Dat hare leer en instellingen heilig zyn; doch
voornaraelyk dat zij Heiligen voortbrengt en wonderen
en gaven bezit, waardoor hare heiligheid ten allen
tijde bevestigd wordt.
Heilig in hare leer. Alles, wat zij leert is heilig, en brengt
als wij het beoefenen, ook ons tot de heiligheid.
Dat wil zeggen: als wij doen wat de Kerk ons leert,
zullen wij zeker braaf en heilig worden. Zoo wederom niet
bij de protestanten.
Sommigen leeren b. v. dat men zooveel kwaad kan doen
als men wil, dat men toch in den hemel komt, als men
maar gelooft.