Boekgegevens
Titel: Handwoordenboek voor de spelling der Hollandsche taal
Auteur: Weiland, Pieter; Bisschop, W.
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1857
2e verm. en verb. dr., bezorgd door W. Bisschop
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1096
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206561
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spelling, Woordenboeken (vorm), Nederlands
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handwoordenboek voor de spelling der Hollandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
SCfl.
356
scn.
Schoffel, V., schoiFels. Schoffel-
tje, O. SchofFelploeg.
Schoffelaar, M., schoffelaars.
Schoffelen, b. w., ik schoffelde,
heb geschoffeld.
Schoffeling, V., schoffolingen.
Schofferen, b. w., ik schoffeerde,
heb geschoffeerd.
Schoffering, V., schofferingen.
Schoft (schof),M., schoften. Schoft-
achtig.
Schoft, V., schoften. Schoftje, O.
De schouder.
Schoft, V., schoften. Een vierde
gedeelte van den dag.
Schoften, o. w., ik schoftte, heb ge-
schoft. Schofttijd.
Schok, M., schokken. Schokje, O.
Stoot, bons.
Schok, O., schokken. Een zestigtal.
Schoklinnen.
Schokken, b. en o. w., ik schokte,
heb geschokt. Schokachtig. Schok-
kebast, schokland.
Schokker, M., schokkers.
Schokking, V., schokkingen.
Schokland,O.
Schoklander, M., schoklanders.
Schoklandsch.
Schorster, V., schoksters.
Schol, V., schollen. Een afgebro-
ken stuk ijs.
Schol, V., schollen. Scliolletje, O.
Scholschuit,scholtijd, scholvangst.
Scholen, o. w., ik schoolde, heb
geschoold.
Scholfert (schollevaar), M., schol-
ferts. Scholfertje, O.
Scholier, M., scholieren. Scho-
liertje, O.
Scholierster, V., scholiersters.
Schollevaar, M., schollevaars,
schollevaren. Schollevaarseiland.
Scholpen, o. w., ik scholpte, heb
gescholpt. Scholpei.
Schommel, (schongel, ook schop)
M., schommels. Schommeltje, O.
Schommeltouw.
Schommelen, b. en o. w.,ik schom-
melde, heb geschommeld. Schom-
melknecht, schommelkok, schom-
melmeisje.
Schommeling, V., schommelingen.
Schompermuilen, o. w., ik schom-
permuilde, heb geschompermuild.
Schongel, M., schongels. Schon-
geltje, O.
ScHONGELEN, O. en b. w., ik schon-
gelde, heb geschongeld. Schon-
geltouvsf.
ScHONGELiNG, V., schongelingen.
Schonk, V., schonken. Schonkje.O.
Schoof, V., schoven. Schoofland.
ScHooijEN, o. en b. w., ik schooide,
heb geschooid.
ScHooiJER, M., schooijers.
ScHooiJiNG, V., schooijingen.
Schooister, V., schooisters.
School, V., scholen. Schooltje, O.
Schoolsch. Schoolatlas, schooll)e-
hoefte, schoolbestuur, schoolboek,
schoolbord, schoolcommissie,
schooldirectie, schoolgebouvi',
schoolgeleerdheid, schoolgeld,
schoolgeleerde, schoolgezel,school-
houder, schoolhouderes, school-
jaar, schooljongen, schoolkame-
raad, schoolkind, schoolknaap,
schoolleeraar, schoolmakker ,
schoolmatres, schoolmeester ,
schoolmeisje, schoolonderwijzer,
schoolopziener, schoolregt, school-
straf,schooltijd,schooltucht,school-
uur, schoolvertrek, schoolvoogd,
schoolvos, schoolvossig, school-
vrouvv, schoolwerk, schoolwezen.
Schoon, b. n. en bijw., er, st.
Schoontjes. Schoonbroeder,
schoondochter,schoondruk,schoon-
moeder, schoonschijnend, schoon-
talig, schoonvader, schoonzoon,
schoonzuster.
Schoon, voegw.
ScHOONEN, o. w., ik schoonde, heb
geschoond.
ScHooNER, M., schooners. Een
vaartuig.
Schoonheid, V.
Schoonhoven, O. Schoonhovensch.
Schoonhovenaar, M., schoonhove-
naars.
Schoonmaakster, V., schoonmaak-