Boekgegevens
Titel: Leiddraad tot de geschiedenis der Nederlandsche letterkunde
Auteur: Visscher, Lodewijk Gerard
Uitgave: Utrecht: W.F. Dannenfelser, 1860
2e uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1230
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206539
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad tot de geschiedenis der Nederlandsche letterkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
140 3e tijdvak : 1702—1795.
Zieh telkens poogt aan 't oog te onttrekken ?
Wat mag dat glinstrend wolkjen zijn ?
Dat glinstrend wolkjen, sterveling!
Is ook een melkweg, in wiens kring
Ontelbre sterrenstelsels weemlen.
Den uwen ligt in glans gelijk!..
Verbeelding! daal! verlaat die heemlen,
Eer mijn gesehapen geest bezwijk!
Stichtsche , Overijssel sehe, Friesche, Dichters.
Buiten Amsterdam en Holland bloeiden nog verscheidene Jlengel-
dichters en dichteressen, die wij echter in dit overzigt geen
plaats kunnen geven. Ernst Willem Hight, in 1723 te Dokkum
geboren, en in 1762, als rector der latijnsche scholen te Alkmaar
overleden, zou daar nogtans eenige aanspraak op hebben, veel
meer althans dan Hendrik Kornelisz. Arkstee, die ten jare 1733
eene berijmde geschiedenis van Nijmegen in het hebt gaf, en even
zoo weinig dichter was als vele anderen, die insgelijks steden
en buitenplaatsen op topographische wijze bezongen, en alleen om
hunne aanteekeningen eenige waarde hebben.
Onder de vrouwen, die de lier handteerden, telde men verder
de moeder van Elias Annes Borger, in Friesland, Clara Eeijoena
van Raesfelt, geb. van Sytzama, in Groningen; Margareta van
Essen, geb. van Haeften, vrouwe van Sehaffelaer, Helena Petronella
van den Clooster, die Willem IV met JJyt Hierdir Heibloemetjes
en een Harderwijckes Meykroon vereerde, 1747. *
. Zoo boogde ook Utrecht
Op drie zanggodessen,
Drie gezusters dichteressen
In het Stamhuis van De With,
te weten, op de dochters van den advokaat Ludolph Adriaan
de With, secretaris van het kapittel St. Marie, en vooral op
Petronella Joanna de Timmerman, eene zeeuwsche schoone, echt-
genoot van prof. Hennert; even als hij ongemeen wetenschap-
pelijk en verstandig gevormd, en van wier dichterlijke gave nog
veel goeds te zeggen was.