Boekgegevens
Titel: Leiddraad tot de geschiedenis der Nederlandsche letterkunde
Auteur: Visscher, Lodewijk Gerard
Uitgave: Utrecht: W.F. Dannenfelser, 1860
2e uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1230
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206539
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad tot de geschiedenis der Nederlandsche letterkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
hollandsche dichteas. j. de deckek. 193
Of laeute uw zwanger knobke kliefde,
En ons uw blos zoo vroeg doet zien.
Een Maertsehe lach dient niet vertrout.
Laet, zoo 't u veilig lust te pralen,
Apoll den Stier eerst achterhalen ,
Ghy slacht den zeeman, die te stout
Op eenen schoenen dag of twee
Zijn' ancker licht en valt aen 't varen,
Maer nau gekomen in de baren.
Weer roept om zijn verlate ree;
Wanneer hy al bestorven ziet,
Hoe fel van de onverwachte vlagen
Zijn vlot gebeuct word en geslagen,
En heen solt daer 't de wind gebied:
Wanneer hy in verzuipens nood.
Van zand , van zout, en schuim bedolven.
Meent, zoo veel doön te zien als golven,
En 't elckens wacht den jongsten stoot.
Ghy slacht den hoveling, die prat
Op 't eerste gunstig oog zijns heeren
Fluks valt aen 't pochen en brageren;
Maer duuren is een schoone stad.
't Gaet in het hof als in den hof;
De hovelingen en de blommen.
Te haest ontloken of geklommen.
Die vallen dick weer haest iu stof.
Kortom ghy slacht ons allegaer,
Die ons als slechthoofden en schapen
Aen 't tegenwoordige vergapen.
Het zy dan welvaert of gevaer.
Die zich van ramp gegeesselt vindt.
En durft zich gants geen heil verbeelden;
En die gestreelt word van de weelden,
Droomt niet als moiweêr en voorwind.
Maer alle lief sleept ooek zijn leet,
En alle leet ooek zijn' vermaken.
God heeft de wereldlycke zaken
Met honiug-sap en gal doorkneed.
Zoo volgen bitter winterweer
En zoete zomer op malkander :
Zoo volgen dag en nacht de een d' ander:
Zoo gaet het all nu op , nu neer.
LEIDDRAAD TOI DE GESCH. DER NEDERL. LETTBRK. II. 17