Boekgegevens
Titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1840
Opmerking: Oorspr. titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden voor de jeugd, benevens eenige bijzonderheden wegens de groote en kleine visscherijen. - 1824
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1199
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206487
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Geschiedverhalen, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
De Klein-oogige Cachelot, wordt alzoo genoemd
naar deszelfs zeer kleine oogen. Hij is zoo groot, ja
somtijds grooter, dan de pot-visch, en heeft omtrent
dezelfde gedaante. Zijn kop is zeer groot en dik, en
in zijnen onderkaak heeft hij ronde, van boven platte,
en naar achteren krom gebogene tanden, welke in
gaten, die in den bovenkaak zijn, sluiten, in welken
bovenkaak hij echter mede twee tanden heeft; behalve
zijne twee zij-vinnen, heeft hij ook eene lange puntige
vin op den rug. Hij is zwartachtig bruin van kleur,
en zeer zeldzaam.
Er bestaat ook eene verscheidenheid van deze
soort, welke regte spitse tanden heeft, en minder zeld-
zaam is.
Beiden voeden zich met tamelijk groote visschen
en hebben op den kop een blaasgat.
De Mast-Visch. Deze is mede een van de grootste
Cachelotten, alzoo hij somtijds grooter wordt, dan
de pot-visch. Hij gelijkt naar den vorigen, maar zijne
tanden zijn regter cn platter: op zijn voorhoofd heeft
hij een blaasgat. Hij heeft twee zij-vinnen, en,
behalve deze, nog eene zeer groote vin op den rug,
welke regt op staat, en bij den mast van een schip
vergeleken wordt, waarom men hem den naam vaa
mast-visch gegeven heeft.
Al de genoemde soorten van walvisschen en cache-
lotten houden hun verblijf in de noordelijke zeeën.
Sommige soorten van dezelve worden ook elders gevonden.
Er bestaan nog wel andere soorten van zogende wa-
terdieren , welke dit met de reeds beschrevene gemeen
hebben, dat zij een blaasgat, 9p den kop, hebben;