Boekgegevens
Titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1840
Opmerking: Oorspr. titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden voor de jeugd, benevens eenige bijzonderheden wegens de groote en kleine visscherijen. - 1824
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1199
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206487
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Geschiedverhalen, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
van cachelolt, ook de Sperma Ceti of Walschot,
en iet Amber- Gris, zoo als zulks reeds hiervoren,
op bladzijde 84 en 85, gemeld is.
De Wit-Visch. Deze is van dezelfde gedaante
als de pot-visch, behalve dat zijn kop spitser is; ook
is hij veel kleiner, en deszelfs kleur is geelachtig wit.
Hij heeft acht kleine eenigzins gebogen, ronde, van
boven platachtige tanden in het onderste kakebeen,
en geen in het bovenste; zijn spek is zeer week en
van weinig waarde. Het voedsel van den wit-visch,
bestaat in walvisch-aas, haringen en andere visschen.
Hij heeft mede eene vin, aan elke zijde van zijn
ligchaam , en op den kop een blaasgat.
De Cachelot van Nieuw-Engeland. Deze wordt
alzoo genoemd, omdat men die in eene groote menigte
aan de kusten van Noord-Amerika aantreft.
Deze Cachelot heeft de grootte en omtrent de ge-
daante van den pot-visch. Zijn kop is stomp, als
de kop van eenen stier. Hij heeft tanden in den on-
derkaak , welke in gaten sluiten, die in den boven-
kaak zijn; op zijn kop heeft hij een blaasgat. Voorts
heeft hij twee zij-vinnen, en op zijnen rug eene ver-
hevenheid of bult; zijne huid is zwartachtig graauw
van kleur, en zeer zacht. Deszelfs voedsel bestaat in
visschen. Hij is vlug in het zwemmen, en niet ge-
makkelijk te vangen; want, aangevallen wordende,
zoo keert hij zich het onderste boven, en verdedigt
zich met zijnen bek.
Deze Cachelot wordt ook bijzonder de naam van
Sperma-cetir-Walvisch gegeven, om de menigte van
die stoffe, welke in denzelven gevonden wordt.