Boekgegevens
Titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1840
Opmerking: Oorspr. titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden voor de jeugd, benevens eenige bijzonderheden wegens de groote en kleine visscherijen. - 1824
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1199
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206487
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Geschiedverhalen, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
uit de pan of pot, en men giet hetzelve in nonen
grooten vierkanten bak, -welke bovenaan met rooster-
werk voorzien is, waardoor de traan heenloopt; ter-
wijl de uitgekookte stukken spek en de vuiligheid op
het roosterwerk blijven liggen. Uit dezen bak loopt
de traan in een anderen bak, welke kleiner, en ge-
deeltelijk met koud water gevuld is, waarop de traan
staan blijft, om te bekoelen; dezelve wordt vervolgens
in eenen tweeden bak met koud water overgestort, en
voorts uit dezen nog in eenen derden bak, om ver-
der te bekoelen. In deze drie onderscheidene bakken,
zinkt de vuiligheid naar den grond: terwijl de traan
hoe langer hoe meer gezuiverd, op het water staan
blijft. Wanneer de traan nu in den laatsten van
deze bakken genoeg gezuiverd is, dan tapt men de-
zelve van boven af, en laat die door eene goot loopen,
waarvan het eene einde op het vat rust, waarin de
traan gegoten wordt.
De uitgekookte stukken walviseh-spek worden tot
voedsel voor de honden gebruikt, of aan de Lijm-
hohers verkocht, welke er lijm van koken; de hier
van overblijvende lil of vuil wordt aan de makers
van het wagensmeer verkocht, welke daarbij allerlei
bedorven vet, olie enz., voegen, en er dan het zoo-
genaamde Wagensmeer van vervaardigen.
Het bezinksel uit de onderscheidene bakken wordt
in opene vaten gedaan, en die, met de traan, welke
er nog op mogt drijven, aan zoodanige lieden ver-
kocht, door welke hieruit nog eene slechte soort van
bruine traan gebraden wordt.
Op de terugreis van het schip druppelt er ook wel
6*