Boekgegevens
Titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1840
Opmerking: Oorspr. titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden voor de jeugd, benevens eenige bijzonderheden wegens de groote en kleine visscherijen. - 1824
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1199
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206487
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Geschiedverhalen, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
en aan de vinnen. De buik is gelieel wit; de Luid
is een vinger dik, en door eene dunne opperliuid be-
dekt ; onder de huid ligt het spek, het welk 8 of 10
duim dik, en geelachtig van kleur is; onder het spek
zit het vleesch, hetwelk eene zeer roode kleur heeft.
Het wijfje van den Walvisch brengt levende jongen
voort, en wel een te gelijk, voor hetwelk zij zeer
bezorgd is, en hetzelve koestert. Zij zoogt het een
jaar lang, aan twee uijers, die zij onder aan den buik
heeft, en haar melk heeft veel gelijkenis naar de melk
der koeijen.
Daar de Groenlandsche walvisch een naauw keel-
gat, en geene tanden heeft, zoo bestaat zijn voedsel
in verschillende soorten van insekten, welke onder
den naam van walvisch-aas bekend zijn, en zich in
eene ongelooflijke menigte in die zeeën bevinden,
waar deze walvisschen hun verblijf houden; ook azen
zij mogelijk op zeer kleine vischjes.
De Groenlandsche walvisch heeft verschillende klei-
nere visschen, maar die mede tot de zogende water-
dieren behooren, tot vijanden, en wel de Narwhal
of de zoogenaamde Een-Hoom-V^iscli, welke hem,
met deszelfs vooruitstekende tanden of zoogenaamde
hoornen, in het lijf steekt, en hem het bloed afzuigt;
de Botshop, eene soort van dolphijn, die hem met
menigte aanvallen, en hem groote stukken uit het
ligchaam bijten; de Sahel-Dolphijn, deze doen
even als de botskop, en wanneer de walvisch, van
vermoeidheid, de tong uit den bek laat hangen,
vallen zij op de tong aan, cn verslinden dezelve.
Eindelijk behoort nog onder de vijanden van den wal-