Boekgegevens
Titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1840
Opmerking: Oorspr. titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden voor de jeugd, benevens eenige bijzonderheden wegens de groote en kleine visscherijen. - 1824
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1199
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206487
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Geschiedverhalen, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
74
AyALYISCII-V ANGST.
De TValvhschen leven wel in de zee, en hunne
uiterlijke gedaante komt met die der visschen overeen,
hoe zeer zij anders niets met dezelve gemeen hebben;
maar eer tot het geslacht der zogende dieren te bren-
gen zijn: omdat zij , even als de landdieren, rood
warm bloed hebben, en door longen adem halen,
waardoor zij niet lang onder water kunnen blijven,
maar telkens moeten boven komen, om adem te halen.
De Walvisschen hebben ook geene graten, zoo als
andere visschen, maar harde beenderen, zoo als de
landdieren.
Van de Walvisschen bestaan er verscheidene soor-
ten ; dan ik zal mij voornamelijk bepalen tot den
Groolen Gemeenen of Groenlandschen TValvisch,
omdat dezelve het meeste gevangen wordt. Deze
Walvisch is het grootste van al de zogende dieren,
ja waarschijnlijk het grootste van al de dieren der
wereld, daar men zijne lengte wel op 60, 70, ja 80
en meer voeten rekenen kan; deszelfs dikte is onge-
lijk. Het wijfje is grooter, dan het mannetje.
De kop van den Walvisch is zoo groot, dat dezel-
ve meer dan twee derde deelen der geheele lengte
van het dier bedraagt. De kop is een weinig plat;
de bovenkaak is veel kleiner, dan de onderkaak, zoo-
dat een groot gedeelte van de bovenkaak, door de
zijden van de onderkaak bedekt wordt, cn de boven-
kaak , die smal is, in dezelve sluit. De Walvisch
heeft in deszelfs grooten bek geene tanden, maar in
de plaats van tanden, heeft dezelve stroken van eene