Boekgegevens
Titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1840
Opmerking: Oorspr. titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden voor de jeugd, benevens eenige bijzonderheden wegens de groote en kleine visscherijen. - 1824
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1199
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206487
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Geschiedverhalen, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
in tonnen wordt gepakt, waaraan eenig gebrek is;
ook moeten zij toezien dat de haringen, waaraan iets
mankeert, van de goede worden afgezonderd, cn
dat de bijzondere soorten, door onderscheidene, op de
tonnen gestelde, merken worden kennelijk gemaakt.
Keesje. Brengt nu de gevangen haring veel voor-
deel aan?
REiHnAnT. Ja! Die, welke het eerst wordt aan-
gebragt, wordt gemeenlijk tot zeer hooge prijzen
verkocht, en zoodra de vangst algemeener is, en er
meer van deze visch uit zee wordt aangebragt, dan
heeft ook het verkoopen en nuttigen van dezelve meer
algemeen plaats; ■ en al geschiedt dan ook die ver-
koop, tol lage prijzen, zoo brengt dezelve evenwel
veel voordeel aan, door de groote menigte, welke
van deze visschen gevangen wordt.
Ja». Is dit aantal dan zoo groot?
Rbishabt. Ja! Bij eene goede vangst rekent men
dezelve op eenige millioenen haringen, zoodat deze
visscherij, benevens het gereedmaken der schepen,
tonnen, netten, het verpakken, verzenden en verkoo-
pen van den haring, jaarlijks aan duizende menschen,
werk en brood verschaft, waarbij men nog voegen kan,
dat die visch, goed behandeld zijnde, zeer gezond is,
dewijl zij het menschelijk ligchaam van de nog overge-
blevene winterverstoppingen ontlast, en van de op
nieuw scherp gewordene galstoficn zuivert.
Keesje. Blijft nu de haring altoos in die streken,
welke gij ons hebt genoemd, vader?
Reibb/lbt. Neen! dezelve verdeelt zich. Een ge-
deelte er van, zwemt ten westen naar Ierland, en