Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
71) XVII. IN SAMARIÈ.

{zie Aant. 8) — maar Zijn oogst komt
dadelijk. «-Ziet!« zegt Hij — «de velden
zijn reeds ivit om te oogstens. Maar —
er is niets van dien aard — het koren is
nog niet gegroeid — wat beteekent het?
Richt weder uw blikken naar Sichar —
een gezelschap nadert — Samaritanen —
de vrouw brengt ze — daar is de oogst!
De discipelen hadden niet gezaaid voor dien
oogst! (vers 38). Eén had er gezaaid —
had dien geheelen warmen namiddag ge-
arbeid, om het «zaad» te zaaien; anderen,
zij zeiven, zouden maaien (vers 37), zij
zouden den oogst verzamelen, en het loon
(d. i. de vreugde) ook hebben (vers 36);
Hij en zij zouden zich te zamen verheugen
{Zie Aant. 9).
Maar hoe kwam het zaad zoo op I {Lees
vers 28—30, 39—42). Volg de vrouw, wan-
neer zij den put verlaat, tot in de stad —
hoe verlangend is zij! Hare buren verza-
melen zich om haar heen. — «Komt»
zegt zij — en wat dan ? Spreekt zij van
het wonderbare water, dat de vreemdeling
heeft, of van de ware Godsvereering, in
plaats van die op den Gerizim, waarvan
Hij gesproken heeft? Houdt zij dekennis
van haar leven, van hare zonden, niet voor
zich zelf? Dit vertelt zij hun juist (tegen-
stelling met Adam, Gen. III : 40) — dit
is het, dat haar in Hem den Messias doet zien!
Zie hen allen naar buiten stroomen — Jezus
met zich terugbrengen naar Sichar — Hem
en de discipelen twee dagen bij zich hou-
den — gastvrij voor een gezelschap Joden t
Het zaad in het hart der vrouw is in
één dag opgekomen. Hoe verheugen zich
de Zaaier en de maaiers; maanden lang
heeft Jezus voor menigten volks gepre-
dikt, hebben de discipelen gedoopt; maar
het hart van deze schare was nog ver-
deeld (zie Joh. H : 24, III : 32). Welk
een verschil met deze arme, verachte
Samaritanen hier.
Maar dit waren slechts eenige schooven
(de «hand vol koren», Ps. LXXH :16) —
er moet veel meer komen — zie, welk
een oogst Petrus en Johannes daar eenige
jaren later verzamelden, Hand. VIH : 5—17
(verg. IX : 31, XV : 3).
Wie zijn nu de zaaiers? Predikanten,
zendelingen, wij onderwijzers. Wat zaaien-
wij? Zie Luk. VIH : 11. Naar welken oogst
zien wij uit? Zie Thess. H : 19. En wij.
zullen hem hebben; zie Gal. VI: 9 en Ps.
CXXVI : 5, 6.
Gij kunt ook zaaiers zijn en gij zult
ook oogsten. Deed de Samaritaansche
vrouw het niet? en deelde zij niet in de
vreugde des maaiers, toen de menschen,.
die zij tot Jezus bracht, in Hem geloofden?
Maar zij ontving het zaad eerst in haar
eigen hart — dit moet gij ook doen.
Aanteekeningen.
1. Het verdient opmerking, dat wij, be-
halve in hoofdst. Hl : 22, niets verder
hooren van Jezus' arbeid in Judea. De
meeste uitleggers meenen, dat deze een
tijdperk van eenige maanden omvatte.
Bij de uitdrukking «onthield zich» is dan
ook, naar den griekschen tijdvorm, te
denken aan een toestand die voortduurt.
Waarschijnlijk droeg Zijn arbeid hetzelfde
karakter als die van Johannes den Dooper,
en sluit zoowel de predikingr van bekeering
als het doopen in zich. Of er wonderen
werden verricht, kunnen wij niet weten;
maar zoover wij na kunnen gaan, was dit
de eenige tijd dat Jezus een tijdlang ir^
Judea bleef. Het spreekt als van zelf, dat
Zijne liefdewerken daar even goed ver-
richt werden als naderhand in Gallilea.
En indien dit zoo is, dan bewijst dit
waarom de menigten, die samenstroomden,
zelfs talrijker waren dan die, welke Johannes"^
prediking waren gaan hooren (IH : 26,
IV : 1). Anderen denken echter, dat Jezus
zich toen in Judea ophield, om den Joden
eene gelegenheid te geven tot het aan-
nemen van Johannes' getuigenis aangaande