Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XVII. IN SAMARIË.
i i
III. Het Hemelsche water ge-
geven. {Lees vers 16—26. Zie Aant. 6, 7.)
Wat is dit hemelsche water? {Herhaal).
En om al deze dingen aan de vrouw te
geven, leert Hij haar drie zaken: —
(a) Over haar eigen persoon, vers
46—19. Dat zij eene zondares is, en Hij
alles van haar weet. Maar hoe dan beter
te worden? — Zij had altijd gedacht, dat
God daar op de hoogte, op den berg
Gerizim {zie Aanhangsel I) aangebeden
moest worden; de .loden zeggen dat het
niet zoo is, dat Hij alleen te Jeruzalem
tegenwoordig kan zijn — hoe moet zij
dit te weten komen? Jezus spreekt haar
dus —
{b) Over God. Een geest, overal tegen-
woordig — men kan Hem altijd naderen —
Op bergen en in dalen
En overal is God!
Waar wij ook immer dwalen
Of zitten, daar is God.
Waar mijn gedachten zweven
Of stijgen, daar is God.
Omlaag en hoogverheven,
Ja, overal is God!
Een Vader, die vriendelijk, zacht, ver-
gevend is en gewillig om te hooren —
«die arme zondaars, welke tot Hem willen
komen, zoekt (verg. Luk. XIX: 10). Maar
hoe moeten zij komen? Xiet alleen met
de uiterlijke teekenen van aanbidding —
maar met hun geheele hart— «in geest))
(verg. Tit. III : 3); niet enkel om ver-
geving te krijgen en dan weder te zondigen
— maar met het vaste voornemen om
een nieuw leven te leiden — «in der
waarheid» (verg. Ps. CXLV : 18).
(c) Over zich zelf. Zij begrijpt het nog
niet goed — zou gaarne het goede doen —
maar weet niet hoe — zij vertrouwt echter,
dat de Messias eenmaal komen zal — dan
zal zij het weten. Stel u voor, hoe zij daar
staat, met het gevoel harer zonde, behoefte
hebbende aan zaligmaking — bij haar
een arme reiziger, vermoeid en uitgeput
van zijne lange reis — kunt gij haar
gezicht niet zien, wanneer die arme Jood
zegt: «Ik ben het!» ?
Zouden wij ook dit «water»
willen hebben? Laat ons dan doen
wat de vrouw deed — Christus er om
vragen; Hij zal ons "den Heiligen Geest
geven — en wat zal de Geest doen? (a) Hij
zal ons onszelven toonen, onze zonden, onze
zondige harten — zal ons doen adorsten
naar gerechtigheid» (Matth. V: 6); {b) Hij
zal ons God toonen — Zijne grootheid en
heiligheid — en ook Zijne helpende en
vergevende liefde; (c) Hij zal ons Christus
toonen, den eenigen Zaligmaker, die stierf,
weder opstond, leeft en eene voorspraak
is bij God, voor ons, zondige menschen.
Dan zal onze ziel als door levend water
worden opgewekt, verkwikt, versterkt —
en dit niet voor een enkelen keer — zij
zal niet weder dorsten. En wat hiernamaals?
Zie Openb. VII : 17.
b. Jezus Zelf.
Gij hebt wel eens een zaaier gezien,
die bezig is te zaaien. Kunt gij nagaan
waarover hij denkt? Zou het niet zijn
over den grond — of die veel vruchten
zal dragen? — over het weder — zullen
regen en zon hem begunstigen — de
oogst — zal die een goede zijn? Hij ziet
vooruit — hopende. Maar zal hij haasten?
Misschien is hij verlangend, maar hij kan
geduldig wachten — de oogsttijd is nog
niet daar.
En gij hebt de maaiers gezien, met de
sikkel in de hand, wanneer zij het gele
koren afsnijden — de gouden schooven,
de volgeladen wagens, opgeruimde ge-
zichten, vroolijke stemmen, de oogst is
binnen —iedereen is blij. W^elk een verschil!