Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
71)
XVII. IN SAMARIÈ.
5. Vers 9—16. a Hoe kunnen deze
dingen geschieden?» staat gelijk met
«Welnu, het zij zoo, gesteld dat gij gelijk
hebt; maar hoe wordt deze geboorte ver-
zekerd?»
Het antwoord van den Heer kan in het
korte bestek van deze aanteekening, niet
ten volle uitgelegd worden; maar nadat
Hij Nicodemus zijne onwetendheid voor
oogen houdt (vers 10) — zich over zijn
ongeloof beklaagt (vers 11) — hem vraagt
hoe hij, wanneer hij niet eens verstaat
wat de mensch uit zich zelf konde weten
(nl. de behoefte aan een andere natuur),
leeren kan wat alleen door openbaring
geweten kon worden (zaligmaking door
een gekruisigden Heiland) (vers 12) — en
vaststelt, waarom Hij Zelf, en Hij alleen,
in staat was om zulke dingen te verklaren
(vers 13), — gaat Hij over tot het geven
van Zijn antwoord, nl.: — Het eenige
middel, waardoor de nieuwe natuur ver-
kregen moet worden, is geloof in Hem,
den Zoon des Menschen en toch «den
eeniggeboren Zoon van God», aan de
wereld (niet aan de Joden alleen) gegeven,
opdat men door Hem het eeuwige leven
zou kunnen hebben (vers 15, 10). En
dit geloof moet hetzelfde karakter hebben
als datgene, waardoor de, door slangen
gebeten, Israelieten gered werden, want
Hij, de Zoon van God, moet «verhoogd»
worden, evenals do koperen slang, opdat
allen op Hem zien.
Het woord «verhoogd» was waarschijnlijk
de gewone uitdrukking geworden voorde
Romeinsche wijze van terechtstellen door
kruisiging (verg. Joh. XII : 32—34).
Nicodemus kon dus nagaan aan welke
vernedering de Messias zich zou moeten
onderwerpen, ofschoon bij de verdere
liguurlijke beteekenis van «verhoogd», nl.
verheffing^ niet begreep. De verwijzing
naar de Koperen Slang kan voor hem niet
vreemd zijn, daar in eene belangrijke
uitspraak van het Boek der Wijsheid
(XVI : 5—13) op het typische karakter
daarvan gewezen wordt.
6. Vers 13. — Brown en Vausset geven
de volgende verklaring van dit moeilijke
vers:
«Al ging er een mensch van de aarde
naar den hemel om de volmaakte kennis
van God te verkrijgen, hij zou deze toch
niet ontvangen — niemand is ooit op die
wijze opgeklommen — maar Hij, wiens
eigenlijk verblijf, in Zijne werkelijke en
eeuwige natuur, in den hemel is, konde
door de menschelijke gedaante aan te
nemen, als «Zoon des Menschen» neder-
dalen en den Vader openbaren.
7. In vers 17,18 leze men «geoordeeld»
«oordeelen», in plaats van «veroordeeld»,
«veroordeelen».
Les XVII. — In Samarie.
«Zoo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke».
Te lezen — Joh. IV : 1—12.
Te leeren- Joh. IV : 13, 14, 34; Ps. CXXVI : 6 (Ps. 86 : 6; Gez. 36 : 1, 3).
Voor den Onderwijzer.
Deze Les bevat twee hoofdafdeelingen; de eerste behandelt Jezus' Leer, de
tweede Hem Zelf.
Vele onderwijzers meenen, dat, terwijl eene gelijkenis of een wonder de
kinderen gemakkelijk zal boeien, eene samenspraak noodzakelijk droog moet
zijn. Dit is eene dwaling. De gesprekken van onzen Heer geven altijd over-
vloedig gelegenheid tot beschrijvingen van de aantrekkelijkste soort, nl. van wal
de menschen denken, gevoelen, zeggen, hunne verrassing, nieuwsgierigheid^
vrees, hoop, liefde, enz, enz. Om de oplettendheid der jongere leerlingen