Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
XVI. HET GESPREK MET NICODEMÜS.
Schets van de Les.
Wanneer velen tegen ons zijn, hoe
aangenaam is het dan iemand te vinden,
die vertrouwen in ons heeft (voorbeeld i
een jongen is voor het eerst op een school;
hij is verlegen, wordt uitgelachen; één
is er vriendelijk jegens hem; aan dien
eenen kan hij vertellen, wat hij aan de
anderen niet zou kunnen zeggen).
Hoe werd Jezus te Jeruzalem ontvangen?
(Herhaal), Aan wie «betrouwde Hij zich»
niet? Waarom? Vandaag zullen wij lezen
van iemand, aan wien Hij zich kon en
wilde betrouwen.
I. De nachtelijke bezoeker.
De oversten der Joden spreken zonder
twijfel over den nieuwen profeet — met
welk een verachting — Hij de Mesias?!
een Galileesch dorpeling! (verg. Joh. VII:
52) — en waar is dan 2ijn «teeken?»
Maar eenigen (Zie ^ani. 1) zijn anders —
het eerste optreden van Jezus heeft hen
getroffen. «Hij heeft teekenen gedaan,
maar niet wat wij verlangden». Daar is er
vooral één — een groot leeraar (zie
Aant. 1) — hij kan het gevoel niet van
zich afschudden — hij moet Jezus zien;
maar wat zullen de menschen er van
zeggen, als hij tot zulk een man gaat? —
hij moet in 't geheim gaan — kunnen
wij ons hierover verwonderen?
(Lees vers 1—4). Zie Nicodemus in de
donkere straten — hij gaat een huis bin-
nen (geen voornaam huis) — geeft aan
den eenvoudigen timmerman den titel
(Eabbi), waarmede hij zoo dikwijls wordt
aangesproken — erkent Hem als «van
God gekomen».
Wat zou Nicodemus nu verwachten, dat
Jezus tot hem zoude spreken? Indien Hij
waarlijk de Messias is, zal Hij misschien
zeggen, wat Hij voornemens is te doen —
hoe Hij de Romeinen zal verdrijven, het
verwachte «Koninkrijk» herstellen, de
Joden, vooral de heilige Farizeërs, groot
zal maken. Of indien Hij slechts een lee-
raar is, zal Hij misschien een nieuwe
uitlegging van de wet geven, op meer
vasten en aalmoezen aandringen, ot wel
een boodschap van God, omtrent het ver-
wachte «Koninkrijk», verkondigen. Zie
hem wachten op hetgeen Jezus te zeggen
heeft.
n. Wat hij waarlijk vannoode
had, om in het Koninkrijk te zijn
— een nieuw leven.
Zie nu wat Christus antwoordt — een
plechtig woord («Voorwaar, voorwaar») —
voor Nicodemus zelf bedoeld — («.Zeg ik
«»). Ja, Hij spreekt van het Koninkrijk—
maar hoe? uTemij dat iemandu — wie
ook — Jood zoowel als Heiden — Parizeer
zoowel als Tollenaar — «gij, Nicodemus»
wederom geboren wordt, hij kan het
niet zien».
Wederom geboren» — Wat is dat?
Geheel het leven tot hiertoe is niets waard.
Het moet geheel nieuw worden. Waar-
mede begint het leven? — Zoo moet het
zijn, alsof wij wederom geboren worden —
alles opnieuw beginnen — (Zie Aant. 2).
Zie wat Nicodemus zegt, vers 4 — hoe
onverstandig — kan Hij het meenen? —
hij is ontsteld, verslagen, weet niet wat
hij zegt. «Deze Galileër gaat het Konink-
rijk van den Messias oprichten, en een
nauwgezet en geleerd Parizeer is onwaardig
daartoe te behooren zonder eene buiten-
gewone verandering!» (Zie Aant. 2).
Daarna zegt Jezus drie dingen tot hem
(Lees vers 4—8): —
(1) Wat deze wedergeboorte is (Zie
Aant. 3). Wat had Johannes de Dooper
twee of drie maanden geleden gedaan?
Wat beteekende zijn doop? De menschen
werden in het water gedompeld als een
teeken, dat zij hunne zonden vaarwel