Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
XVI. HET GESPREK MET NICODEMÜS.
beter paste te eerbiedigen en te aanbidden
als haren Heer.» Wij twijfelen er niet aan
of Jezus bedoelde, dat deze woorden een
blijvende getuigenis zouden zijn legen hen,
die in later dagen haar zouden voor-
stellen, alsof zij invloed uitoefende op de
uitdeeling van Zijne gaven. — Dit is toch
juist de zaak, waarin Hij hier zegt dat
zij niets te zeggen heeft.
4. dMijne ure is noq niet gekomen»
(Verg. Joh. VII: 30, Vlli: 20, XII: 23, 27,
XVH ; 1). Niets is merkwaardiger in het
leven van onzen Heer dan de vastheid,
waarmede Hij Zijn doel voor oogen houdt,
gepaard met het goddelijke geduld en zelf-
bedwang, welke Hem niets vóór den tijd
laten doen. Dr. Hanna haalt een merk-
waardige bladzijde uit de geschriften van
Napoleon Bonaparte aan, waaruit blijkt,
welk een indruk deze trek uit het leven
van Christus maakte op iemand, die de
teleurstellingen der eerzucht kende.
5. De cwatervaten» bevatten waar-
schijnlijk elk tachtig kan, zoodat de hoe-
veelheid wijn zeer groot was. «De reini-
gingen der Joden», d i. hunne gewone
wasschingen, zie Mark. VH : 3, 4; Luk.
XI: 39. Toen Jezusbeval,datdevatengevuld
zouden worden, kon men gedacht hebben
dat Hij een bijzondere, ceremoniëele reini-
ging bedoelde; en het feit, dal Hij integen-
deel hun inhoud voor het feest bestemde,
is een treffend beeld van den overgang
van de wet tot het Evangelie.
6. «Dit beginsel der teekenen». Het
Grieksche woord wordt beter door «tee-
kenen» dan door «wonderen» weer-
gegeven. Het is in dit geval zeer gepast.
want het wonder is, als het ware, een
teeken van het algemeen karakter der
zending van onzen Heer, die (I) elke
handeling in het dagelijksch leven heiligt,
(2) het water der wettische gestrengheid
in den wijn der Evangelievreugde ver-
andert, (3) de beste gaven het laatst geeft.
De volgende treffende woorden zijn ge-
nomen uit Jeremy Taylors Leven van
Christus : «Elke zonde heeft een vriendelijk
voorkomen, een glimlach op het gelaat en
honing op de lippen, maar wanneer wij
«goed gedronken hebben», dan komt
datgene «wat slechter is», een geesel
met zes touwtjes, angst en wroeging,
schaamte en smart, bitterheid en wan-
hoop op den dag des doods. Maar wan-
neer wij ons op de wijze der Christenen
reinigen, onze vaten met water vullen,
door onze legerstede met tranen nat te
maken .... dan verandert Christus ons
water in wijn, eerst het water der smart,
dan de wijn uit den beker .... .lezus
houdt den besten wijn voor het laatst,
niet alleen omdat hij de hoogste vreugde
bewaart tot wij der heerlijkheid naderbij
zijn, maar ook omdat wij volmaakter ge-
nieten, naarmate wij meer vrucht hebben
gedragen; want dit is de aard der genade,
dat, even als zij steeds meer vruchten
draagt, zij steeds hooger genietingen doet
smaken».
Men heeft dikwijls opgemerkt, dat het
eerste wonder van Mozes en dat van
Christus elk voor zich een afschaduwing
waren van het karakter hunner open-
baringen — Mozes veranderde water in
bloed, Christus veranderde water in wijn.
Les XVL — Het gesprek met Nicodemus.
aGijlieden moet wederom geboren worden».
Te lezen — Joh. Hl : '1—21,
Te leeren — Joh. III : 5, 6; 1 Gal. VI : 15 (Ps. 119 : 17; Gez. 2 : 4).
Voor den Onderwijzer.
Men zal opmerken, dat dit belangrijke gedeelte in de volgende Schets als
geschiedenis wordt behandeld; d. w. z. in plaats van in het begin kortelijk
op Nicodemus te wijzen, en dan vervolgens de groote waarheden van hel
hoofdstuk éen voor éen uit te leggen, alsof zij op zich zelve stonden als de