Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
82 XV. HET EERSTE WONDER.

en de omstandigheden der leerHngen; terwijl dus, in de eerste paragraaf van
de toepassing, «te huis» en «op straat» op allen betrekking kan hebben, is
dit met de andere plaatsen niet het geval. Het volgende beeld is een toelichting
van de wijze, waarop Christus ons «water» in «wijn» kan veranderen. Een
schooljongen gaat een lange deelsom uitwerken, zeer ontevreden dat hij zooveel
te doen heeft; met een zucht van verlichting werpt hij zijn werk op zij als
hij klaar is. Op zijn best is het «iets dat gedaan moet worden», en hoe
eerder het af is, hoe beter. Maar een christenjongen zet zich met opgeruimd-
heid aan het werk, hij ziet er iets in, dat zijn vader hem te doen heeft ge-
geven, voelt dat het op dat oogenblik «de dingen zijns vaders» zijn, en schept
er genoegen in. Weinig jongens gevoelen dit, wel is waar, maar hoe gelukkig
zijn zij, die hot doen!
De Onderwijzer van Jongere klassen zal zich bepalen tot de beschrijving van
het verhaal, tot de afdeeling (a) van het derde hoofddeel, en tot die gedeelten
van de toepassing, welke als van zelve uit deze afdeeling voortvloeien.
Schets van de Les.
Laat ons heden teruggaan naar Nazareth,
naar het rustige verblijf, waar Jezus zoo
lang was. Hij is er niet. — Hij is twee
maanden afwezig geweest. — Hij ging weg,
evenals zoovele anderen, naar den Jordaan,
om daar door den grooten prediker gedoopt
te worden — Twee maanden zijn ver-
loopen — Jezus niet teruggekomen — wat
moet Maria er van denken?
Eindelijk komt Hij — maar niet alleen —
wie met Hem? — hoe velen? (Verwijs
naar de vorige Les). — Waarom met
Hem? — Wat denken zijn van Hem?
Zie Joh. I : 36, 42. 46, 50. Stel u Maria's
vreugde en verwachtingen voor; welke
woorden zullen haar voor den geest zijn
gekomen? Luk. I : 32, 33; met hoeveel
verlangen zal zij uitgezien hebben naar
hetgeen Hij zou doen!
I. Waar Jezus heenging. — Naar
een bruiloft (Lees vers 1—5).
Een bruiloft in de familie (Zie Aant. 2) —
te Kana, op eenige mijlen afstands (Zie
Aant. 1) — Maria is daar. Nu komt Jezus
terug, wordt ook gevraagd — en Zijne
nieuwe vrienden — een van hen (misschien)
geen vreemdeling (zie Hoofdst. XXI : 2).
Maar zullen zij naar een feest gaan?
Johannes de Dooper deed het nooit — hij
was zeer streng — leefde in de eenzaam-
heid — wat leerde hij zijnen volgelingen
(Luk. V:33, VH:33)? — Zal de nieuwe
profeet niet hetzelfde doen? Wat doet
Jezus? Andreas en de overigen volgen,
maar hoe verbaasd zullen zij geweest zijn!
De genoodigden zijn bijeen — geen
rijken — zij kunnen niet veel wijn be-
kostigen — deze is zoo goed als verbruikt. —
Wat zullen zij doen? Maria ziet het —
er schiet haar iets te binnen — zou Jezus
niet kunnen helpen? Eliza had olie en
brood vermenigvuldigd (2 Kon. IV :1—7,
42—44). — Zou de beloofde Koning minder
macht hebben? Zie het antwoord van
Jezus — hoe zacht (Zie Aant. 3) — toch
een terechtwijzing — de tijd om «onder-
danig» te zijn is voorbij — Hij moet nu
voor Zich Zelf handelen — en toch niet
voor Zich Zelf — Hij moet zijn «in de
dingen Zijns Vaders» (Verwijs 7iaar Les
IX) — alles doen wanneer de Vader het
vaststelt — dat is «Zijne ure» (Zie Aant. 4).