Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
XV. HET EERSTE WONDER.
zij konden zien aan welke zijde God was;
«engelen Gods waren opklimmende en
nederdalende op den Zoon des menschen»;
aan Hem moesten zij hunne zorgen wijden,
omdat Hij hun meester was.
iO. Het is merkwaardig, dat toen Jezus
voor de eerste maal den naam gebruikte,
met welken hij gewoonlijk van zich zeiven
sprak — «Zoon des menschen» —. Hij
juist begroet was als de «Zoon van God»,
zooals Hij dit ook deed bij Zijne terecht-
stelling, Matth. XXVI : 61 De uitdrukking
komt drie en tachtig keer in de Evangeliën
voor, en wordt altijd door Christus zelt
gebruikt. Wij vinden haar slechts op drie
andere plaatsen terug. Hand. Vil : 56,
Openb. I : 13, XIV : 14, welke allen de
menschheid in den hemel beteekenen.
De Heer gebruikte haar zeker in bijzonder
verband met de groote profetie van Daniël
VH. Als Zoon des Menschen maakte
Christus aanspraak op de macht om zonden
te vergeven. Heer te zijn van den sabbath
en te oordeelen over levenden en dooden,
Mark. II : 10, 28; Joh. V : 27; Matth.
XXV : 31.
11. Zieover«Kan uit Nazareth iets goeds
zijn?( de Aanteekeningen bij Les VHI.
Les XV. — Het eerste Wonder.
€De Zoon des Menschen is gekomen etende en drinkende».
Te lezen — Joh. 11 : 1—11
Te leeren — Joh. 11:11; Phil. IV: 19; Ef IH : 20 (Ps. 68 : 10; Gez. 4 :1; Gez. 16 :1).
Voor den Onderwijzer.
Hel eerste Wonder van onzen Heer was van zeer veel gewicht, daar dat
het karakter van Zijnen godsdienst aanduidde. In tegenoverstelling van den
Dooper kwam de «Zoon des Menschen» cetende en drinkendei, om aan te
toonen, dat het Christendom niet in het klooster, maar in het gewone, dage-
lijksche leven te huis behoort. Nog onder den indruk van Johannes* strenge
prediking, moeten de discipelen wel verbaasd zijn geweest, toen zij den Heer
aan het gewone maatschappelijke verkeer deel zagen nemen: en wij weten
dat zulks naderhand een oorzaak van beschuldiging tegen Hem werd.
In dit licht moeten wij dit verhaal dus beschouwen, en bij het onderwijs
zullen wij zien, dat de Les nog veel belangwekkender wordt, wanneer wij
stilstaan bij de ven-assing, welke de discipelen gevoeld moeten hebben, ten
eei-ste. toen zij Jezus deel zagen nemen aan het feest, en nog meer, toen Hij
Zijne wondermacht voor zulk een doel gebruikte; de practische lessen, die
hieruit voortvloeien, zijn zeer belangrijk en nuttig.
Bij een onderwerp, waar de schildering reeds zulk een voorname plaats
inneemt, zijn voorbeelden overbodig, behalve waar het geldt de «Openbaring»
van Christus' «Heerlijkheid», en datgene, ,wai wij met betrekking hierop geven,
zal zoo noodig wel meerdere aan de hand doen. In de toepassing kan de onder-
wijzer niet te veel tot de bijzonderheden van het dagelijksche leven der leer-
lingen afdalen, om aan te toonen hoe Zijne tegenwoordigheid hen gelukkiger
zal maken. De wijze, waarop men dit doet, moet afhangen van den ouderdom