Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
XIV. DE EERSTE DISCIPELEN. 56
punten voor praktische toepassing. Eenige ervan worden aangegeven door de
vragen in, op één na de laatste, paragraaf van de Schets; maar men kan ze
ook, desverkiezende, in den loop der Les te pas hrengen (zulk een doorloo-
pende toepassing is hier geoorloofd, maar in de meeste andere Lessen niet);
of men kan ze geheel weglaten. In elk geval moeten zij, hoe aantrekkelijk
ook, ondergeschikt blijven aan het hoofdonderwerp, hetwelk — in Lessen
gelijk wij ze hier geven — niet de karakterbeschrijving van Andreas, Philippus,
enz. is, maar meer in het algemeen, de grondvesting der Christelijke Kerk.
De voornaamste toepassing is dus — (1) Zijn wij ware leden der Kerk, waarlijk
«Israelieten»? (2) Christus, die Petrus en Nathanael zoo goed kende, weet of
wij het zijn of niet zijn.
Wanneer men tot toelichting het beeld van de rivier gebruikt, moet men,
zoo mogelijk, een aan de kinderen bekende rivier noemen. Andere beelden
kunnen in de plaats daarvan gebruikt worden, b. v. de eikeboom, welke uit
den eikel voortkomt, of het verrijzen van een gebouw uit steenen, die één
voor één aangedragen worden (een zeer toepasselijk beeld voor de Kerk). Het
beeld van het oog moet met bedachtzaamheid gebruikt worden; het worde den
kinderen duidelijk gemaakt, dat de gedachte aan Christus' alwetendheid niet nood-
zakelijk vrees behoeft te verwekken — voor den Christen is zij een reden tot
dankbaarheid en hoop, evenals het wakende oog der moeder, hetwelk het
kind vertrouwen inboezemt, wanneer het voor de eerste maal iets moeilijks
beproeft.
Wanneer de onderwijzer niet voorzichtig is, zal dit gedeelte een bron van
verwarring voor de leerlingen zijn. Zij zullen geen onderscheid maken tusschen
Johannes den Dooper en Johannes den Evangelist.
De ontmoeting van den Heer met Nathanael is zóó belangrijk, dat zij op
zich zelve reeds een aantrekkelijk onderwerp uit zou maken voor een oudere
klasse; maar bij deze gelegenheid, en vooral met het oog op jongere klassen,
kan men er niet zooveel aandacht aan wijden. Ten bate van den onderwijzer
zijn hier echter nog vijf Aanteekeningen (van 5—10) over dit onderwerp
bijgevoegd.
Schets van de Les.
Jezus staat weder aan den oever des | verrichten, om te laten zien wie Hij is?
.Jordaans — geheiligd door Zijn doop, ver- Neen — Hij zal in stilte beginnen —
sterkt (Heb. V : 8) door de dagen van Zijne eerste volgelingen zullen niet tot de
afzondering in de woestijn en Zijne zege-
praal in de verzoeking, vol van den Heiligen
Geest — nu moet Zijne openbare be-
diening op aarde beginnen. Hoe zal Hij
aanvangen? Zal Hij zich aan de overheden
te Jeruzalem vertoonen — groote wonderen
voornamen behooren. Wat zegt de tekst
van dezen dag? Ziet nu, hoe waar dit is.
Hebt gij wel eens een groote livier
gezien? — breed en diep — bruggen er
over heen — stoombooten enz. er op —
zoudt gij de druppels kunnen tellen? De