Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XIV. DE EERSTE DISCIPELEN.
55
waarvoor dan? Zie Matth. V : 15, 16.
Waarop wil Christus, dat Zijn volk zal
gelijken? en zie hoe Hij Johannes den
Dooper noemde, Joh. V : 35. Verg. Phil.
U : 15. {Nog andere voorbeelden: —
Bet overbrengen van goede tijding; het
doorgeven van emmers water bij een
brand). Laat ons met Petrus (Hand. IV :
20) zeggen: «Wij kunnen niet laten te
spreken hetgeen wij gezien en gehoord
hebben». En indien wij van Christus ge-
tuigenis geven, waartoe moet dit dan
anderen brengen? — wat bewerkten de
woorden van Johannes bij Zijne discipelen?
Moge de opgegeven tekst (2 Cor. IV : 5)
op ons allen toepasselijk zijn.
Aanteekeningen.
1. iiWaarom doopt gij dan, zoo gij
de Christus niet zyf»? Uit de geschriften
der Rabbijnen blijkt, dat de Joden Elias
verwachtten om een algemeenen doop of
een reiniging van het volk (volgens Ezech.
XXXVI : 25, 26; Zach. XIII : 1) in te
voeten, wanneer hij verscheen (volgens
Mal. IV : 5) om de komst van den Messias
voor te bereiden.
2. aSchoenriemr», de veter of riem,
waarmede de sandaal werd vastgemaakt.
Deze los en vast te maken, en het dragen
der sandalen was het werk van een slaaf.
3. Sprak de Dooper de woorden van
Joh. I : 29—34 alleen tot zijn eigen dis-
cipelen, of tot het volk dat tegenwoordig
was, of tot de afgevaardigden uit Jeru-
zalem? Het laatste is zeker wel de na-
tuurlijke beteekenis van den tekst; en de
Heer schijnt naar die getuigenis te ver-
wijzen in Zijne verdediging voor de Joden,
Joh. V : 32, 33.
4. Bet Lam Gods, dat de zonden
der wereld wegneemt. Het is mogelijk,
dat de Dooper aan dit profetisch beeld
werd herinnerd, toen hij de kudden lam-
meren over de veren van den Jordaan, uit
de weiden van Perea, naar Jeruzalem zag
drijven, om voor het aanstaande (Joh.
II : 13) Paaschfeest te worden gebruikt;
en dat hij als het ware wilde zeggen:
«Deze zijn slechts typen — zie het ware
Lam O, enz. Zijne woorden kunnen ook
doelen op de groote Messiaansche profetie
van Jes. LIII. Men heeft ook het denk-
beeld geopperd, dat Johannes misschien
op het gelaat onzes Heeren de sporen
zag van Zijne ontberingen en Zijn ern-
stigen strijd in de woestijn, waarvan Hij
juist teruggekeerd was; en dat Jesaja's
profetie hem daardoor voor den geest
kwam — «Hij had geene gedaante noch
heerlijkheid» — «een man van smarten»
— «om onze overtredingen verwond, —
«als een lam ter slachting geleid». Het
Grieksche woord «wegneemt» wordt in
de vertaling der zeventigen in de betee-
kenis van de ongerechtigheid dragen ^e-
bruikt, in Exod. XXVIII : 38; Lev. V:1;
Ezech. XVIII : 20.
Deze woorden moeten een diepen indruk
gemaakt hebben op het hart van zijn
discipel Johannes (de evangelist), daar
in zijn geschriften de Heer dikwijls het
üLam» genoemd wordt (dertig maal in de
Openbaring), en dit nergens anders in het
Nieuwe Testament voorkomt.
5. Het denkbeeld «getuigen», «getui-
genis geven», enz. bekleedt een belang-
rijke plaats in het Nieuwe Testament.
Het woord iiuprvpiec (getuigenis) en de
daaraan verwante woorden komen 152
keer voor. Hiervan worden er 31 in de
redenen van onzen Heer gevonden (26 bij
Johannes en 5 in de andere Evangeliën)
en 58 in de redenen van Johannes zelf.
Les XIA\ — De eerste Discipelen.
c-Niet vele wijzen, niet vele machtigen, niet vele edelenn.
Te lezen — Joh. I : 37—52.
Te leeren — Joh. XVII : 8; 1 Cor. I : 26, 27 (Ps. 25 : 6; Gez. 115 : 2. 4, 7).
Voor den onderwijzer.
Het gedeelte der Schrift, voor deze Les genomen, is zeer rijk aan uitnemende