Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
XIII. DE GETUIGENIS VAN DEN DOOPER.
die «midden onder hen stond», en zie
wat Jezus naderhand tot hen zeide (Joh.
V : 33, 38, 40, 43). Evenzoo was het
dertig jaar te voren, toen de Wijzen te
Jeruzalem kwamen. Maar kunnen wij be-
grijpen, waarom zij Johannes niet ge-
loofden? Zij dachten zeker (a) hoe kan
de Messias onder ons staan, zonder dat
wij het weten? hoe kan deze ruwe pre-
diker het weten, als hij ons onbekend is?
(6) Hoe kon de Messias gelijk een lam
zijn? Hij kon de zonde der wereld te niet
doen door die booze Heidenen te dooden,
maar zou Hy dan op een lam gelijken ?
(c) Hoe kon iemand, onopgemerkt in de
menigte, Gods Zoon zijn?
2. Maar er waren sommigen, die
geloolden. Hier zijn twee visschers van
Galilea; zij waren gekomen om Johannes
te hooren — waren overtuigd geworden
van hunne zonden — hadden ze beleden —
waren gedoopt geworden; en zij waren
niet weder huiswaarts gekeerd, maar bij
Johannes gebleven. En nu heeft hij hun
juist gezegd, wat zij noodig hebben —
(а) Eénen, die de schuld dier zonden,
welke zij beleden hebben, weg kan
nemen — die hunne «ongerechtigheden
wil dragen» — en nu hebben zij dikwijls
in de profetieën van Jesaja gelezen, dat
Hij dit doen zou «als een lam, dat ter
slachting geleid wordt» (Jes. LIII); —
(б) zij hebben ook behoefte aan Iemand,
die een mensch is als zij, en hen kan
begrijpen, — (c) en toch de Zoon van
God, die machtig is om hen in den uiter-
sten nood te redden. Zij begrepen dit
alles niet zoo duidelijk, als wij dit doen;
maar wat deden zij, toen Johannes hun
weder het «Lam Gods» (vers 36) aanwees?
3. Maakt het Johannes naijverig, wan-
neer zijne discipelen hem verlaten om tot
iemand anders te gaan? Hij moet nog
meer van dezen aard dragen.Jezus treedt
korten tijd daarna openlijk op; Hij predikt
en doopt, evenals Johannes — en wat
doet Hij, dat Johannes niet gedaan had?
Zie Hoofdst. H : 23; X : 41. Wat is het
gevolg daarvan ? Zie Hoofdst. III: 26, IV : 1.
Hoe vindt Johannes het, dat de menschen
van hem weggaan? Zie Hoofdst. Hl :
28—31; hij weet, dat hij de bruidegom
niet is — het is hem genoeg de vriend
des bruidegoms te zijn, om den bruidegom
(Christus) en de bruid (Zijn volk) samen
te brengen — zijn hart is vol, niet van
naijver, maar van vreugde. En zie, wat hij
van Jezus zegt, plechtiger woorden dan hij
ooit te voren gesproken heeft, vers 36.
Zie, welk een goed «getuige» Johannes
was (Verwijs naar de vergelijking in de
inleiding). Sprak hij waarheid (III: 32)? —
hoe wist hij datgene, wat hij verkondigde
(I : 33)? Zorgde hij er voor, niets te
zeggen, dan wat den Joden zou behagen?
Verhoogde of vernederde zijn getuigenis
hem? Wat gevoelde hij, toen Jezus grooter
werd dan hij geweest was? (Herhaal).
Zijn er nu getnigen, gelijk
Johannes de Dooper?
1. Getuigen (predikanten, onderwijzers,
Bijbels, godsdienstige boeken) komen u
dezelfde dingen verkondigen: (a) dat Jezus
een mensch is gelijk als wij; (b) dat
Jezus het lam is, voor zondaren geslacht;
(c) dat Jezus de Zoon van God is. Hoe
ontvangen wij deze «getuigenis»? —
Evenals de Joden, die «God lot een
leugenaar maakten» (1 Joh. V : 10) —
of doen wij evenals de twee visschers,
en «verzegelen wij (d. i. geven wij. door
zijn getuigenis aan te nemen, het door-
slaand bewijs van ons geloof), dat God
waarachtig is» (Joh. Hl : 33)?
2. Gij moet ook getuigen zijn. Waar-
voor ontsteken wij de lampen ? — alleen
maar om gas of olie te verbranden? —