Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
XIII. DE GETUIGENIS VAN DEN DOOPER.
Les XIII. — De getuigenis van den Dooper-
« Gijlieden hebt tot Johannes gezonden^ en hij her ft der waarheid getuigenis gegevenr».
Te lezen — Joh. I : 19—37, III : 26—36.
Te leeren — Joh. III : 28—30; 2 Cor. IV : 5 (Ps. 130 : 2; Gez. 48 : 2).
Voor den Onderwijzer.
Om de getuigenis van den Dooper aangaande Christus, in ééne Les saam te
vatten, is in deze schets ook opgenomen, wal hij zes weken vóór de gebeur-
tenissen van Joh. I : 19—37, zeide, en ook wat hij naderhand sprak, nadat
de Heer reeds openlijk was opgetreden. De Les is dus gedeeltelijk een toe-
voegsel van die over «Den Voorlooper», gedeeltelijk een geregeld vervolg van
de geschiedenis, en verwijst gedeeltelijk reeds van te voren naar gebeurtenissen,
die nog volgen moeten.
Daar het onderwerp zelf, van hoeveel gewicht het ook zij, misschien onbe-
langrijk schijnt, is er in de schets een poging gedaan, om het, door de wijze
van behandeling, eenige aantrekkelijkheid te geven. Dit wordt gedaan:]
1. Door de Les te beginnen met een vergelijking, die naderhand dient als
de schakel, waardoor de herhaling met de toepassing te zamen verbonden
worden, en die daardoor (om een ander beeld te gebruiken) de sleutel van
het geheel is. De andere voorbeelden, in de laatste paragraaf aangegeven, vooral
die van de lamp (aan den Kijbel ontleend) zullen ook van nut blijken te zijn.
2. Door dezelfde drie punten van Johannes' getuigenis driemaal in verschil-
lende deelen van de Schets te doen voorkomen. Men zal dit zien, wanneer
men de dïie onderafdeelingen (a), (&) en (c), die in elke afdeeling met elkander
overeenkomen, onderling vergelijkt. Wanneer de onderwijzer het slechts eerlijk
beproeft, zal hij zien, dat eenheid aan elke les iets aantrekkelijks geeft. Een
ketting van aan elkander verbonden schakels wordt gemakkelijker gedragen
dan dezelfde hoeveelheid metaal in afzonderlijke stukken.
Hel is mogelijk, dat onderwijzers van jongere klassen de tweede afdeeling
(«Hoe de getuigenis ontvangen werd») moeten weglaten, maar indien zij
eenvoudige woorden gebruiken, kunnen zij de eerste («De Getuigenis») gemak-
kelijk behandelen.
Het is niet de bedoeling, dat de belangrijke verzen in Joh. III : 26—36, in
hun geheel voorgelezen worden. Wanneer men dit doet, moet ook elke bijzon-
derheid uitgelegd worden, en dit is onmogelijk in deze Les. Men leze dus
alleen de teksten, die mén noodig heeft.
Aan onderwijzers van oudere klassen wordt in de toepassing een schoone
gelegenheid gegeven om aan te dringen op het onbevreesd «getuigen» voor
den Heer Jezus op de werkplaats, in den winkel, enz.; en dit niet alleen ten
opzichte van de eischen van den godsdienst in het algemeen, maar vooral ten