Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
44 XI. DE DOOP, HET VASTEN EN DE VERZOEKING.
de Sultan zich op reis wilde begeven; dan i recht», en «oneffene wegen effen» gemaakt
gebeurde het dikwijls, dat er «letterlijk j werden,
rotsen werden verplaatst», «kromme wegen |
Les XI. — De Doop, het Vasten en de Verzoeking.
"la alles moest Hij den broederen gelijk worden.*)
Te lezen — Matth. III : 13-17, IV : 1—11.
Te leeren — Luk. Hl : 21, 22; Heb. II : 17, 18 (Gez. 47 : 2; Gez. 46 : 11).
Voor den Onderwijzer.
Deze Les is niet zoo lang als de titel zou doen veronderstellen; maar er
zijn twee redenen ora zooveel te gelijk te nemen. (1) Dat de doop van Christus
ons dezelfde waarheid leert als het vasten en de verzoeking, nl. die welke in
het motto van deze Les is uitgedrukt. (2) Dat wanneer dezen keer de uiterlijke
omstandigheden van het verblijf des Heeren in de woestijn worden behandeld,
er naderhand beter gelegenheid is, om een volledige Les over de Verzoeking
zelve te geven.
De toepassing zal kort zijn, want het hoofddoel van de Les is eene
uiteenzetting te geven van Chrislus' liefde en zelfvernedering; en wanneer de
onderwijzer er in slaagt dit goed te doen, maar geen tijd heeft om met vragen
te besluiten, behoeft hij niet onvoldaan te zijn. De twee eerste vragen zijn
voor jongere klassen van het meeste belang.
Over den Christelijken Doop wordt niet meer gesproken, daar het moeilijk
zou zijn dit naar den eisch te doen, en er reeds in Les VI en X naar ver-
wezen is.
Schets van de Les.
In onze vorige Les spraken wij over I herkent Hem als een zijner bloedverwan-
Johannes den Dooper. Welk werk had hij | ten (Luk.I : 36), ofschoon hij Hem slechts
te doen? Hoe deed hij het? Wat was de weinig gezien heeft, daar hun wegen zoo
uitsIag?(/ferAaa/).Zieheden, hoe Johannes j uiteenliepen. Weet hij, dat Hij de Messias
den Koning ontving, wiens weg hij had i is, de Zoon van God? Zie .loh. I : 31.
bereid. i Maar hij kent zijn rein, oprecht, zacht-
Aan den Jordaan. ' moedig karakter; hij voelt, dat zelfs hij,
1. Plaatsen wij ons weder bij den Jordaan. 1 de profeet van God, onwaardig is om zulk
Johannes is daar. Hij heeft velen gedoopt — , een ^man te doopen, en wat zegt hij ?
als een teeken van wat? {Verwijs naar ' {Zie Aant. 1).
de vorige Les). Daar komt Iemand om ; 2 Was Johannes met recht verbaasd ?
gedoopt te worden, een timmerman uit Waarvan was zijn doop het teeken? Had
Galilea, die er uitziet als andere men- Jezus behoefte aan berouw en vergeving?
sehen — maar wie was Hij? Johannes ' Zie 2 Cor. V : 21; Hebr. VII : 26; 1 Joh.