Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
X. DE VOORLOOPER.
waren, en de houthakker kwam oni met
zijn bijl de boomen die geen vrucht droe-
gen, om te hakken, zij zouden moeten val-
len (zie vers 9). Zij komen dus, belijdenis
doende van hunne zonden, en vragen
Johannes, hoe zij hun leven moeten verbete-
ren; en wat zegt hij ? Zie Luk. III: 10—14.
3, Dan gaat hij met hen naar de rivier
en giet water over hen — als een teeken
van wat? (a) Dat zij gereed zijn afstand
te doen van hunne zonden, en den Koning,
die komen zal, met nederige, berouwvolle
en gehoorzame harten te ontvangen, (b)
Dat God gereed is om hen te ontvangen,
hun te vergeven en hen te reinigen; zie
vers 3 en Matth. III : (i.
4. Sommigen keeren zich beleedigd af,
Luk. VII : 30 — waarom? Zie vers 8.
Zij denken, dat zij, als Abrahams kinderen,
geheel bekwaam zijn voor het Koninkrijk
van den .Messias. Het is misschien noodig,
dat Heidfiiien gedoopt worder» bij hunne
toelating tot het verbond (Zie Aant. 5),
en mogelijk behooren ook Joodsche
«tollenaren en zondaren» gedoopt te
worden; maar wat hen aangaat — neen!
Maar wat hebben allen noodig, om be
kwaam te zijn voor het Koninkrijk Gods?
Zie Joh. IH : 3; wat baat het daarvoor,
dat zij kinderen Abrahams zijn, Joh. I :
13 («geboren, — niet uit bloed — maar uit
God»)?
o. Maar het volk begint te denken of
deze Johannes ook de Messias zelf is. En
dan spreekt hij hun van den Koning, die
komen zal, van Zijne grootheid. Zijn doopen
met den Heiligen Geest, waardoor zoowel
het hart als het lichaam gereinigd wordt.
Zijn geduchte macht, die de boozen van de
goeden zal scheiden, vers 15—17.
III. Wat was de uitslag van
zijne zending?
Johaimes was zeer in aanzien bij het
volk, zie Luk. XX: 6. Maar deed hij het werk,
dat hem was aangewezen? «Bereidde hij
den weg des Heeren ?» (a) Waar kreeg Jezus
Zijne eerste discipelen? Zie Joh. 1:35—42.
(6) Waar gingen Johannes' discipelen heen,
toen deze vermoord was? Zie Matth.
XIV : 12. (c) Op wien beriep Jezus zich,
toen Hij zich zeiven verdedigde ? Zie Joh. V:
32—35. (d) Welken indruk maakte Johannes
op het volk, dat bij den Jordaan woonde?
Zie Joh. X : 40—42 (e) Hoe ontvingen
Johannes' discipelen, die naderhand in verre
landen waren gaan wonen, het Evangelie
van Christus, toen zij dit later hoorden?
Zie Hand. XVIH : 24—28; XIX : 1—6.
Zoo werd dus «de stem des roependen in
de woestijn» langen tijd daarnaen op verren
afstand gehoord.
Is er nog eenig werk van noode
gelijk aan dat van Johannes den
Dooper ?
Ja; de Koning komt weder — Zijn weg
moet bereid worden — hoe? — door wie?
Maar Christus komt nu — eiken dag —
in de harten der menschen. Hij «klopt
aan de deur», Openb. III : 20. Wordt de
deur dikwijls opengetiaan? De menschen
bekommeren zich niet om Hem. Indien
gij een manier wist om vooruit te komen
in de wereld, om rijk te worden — en gij
verteldet die — wat zou men luisteren,
wat zou men gewillig uw raad opvolgen?
Men spreekt van een vriend en Verlosser, en
men blijft onverschillig. Wat is er noodig?
Zijn weg moet bereid worden. Hoe?
Hoe bereidde Johannesdehartender Joden?
Hij sprak hen over hunne zonde. Toen
namen sommigen Christus aan, anderen
niet — wie deden het wel? — Zij, die
hunne zonde gevoelden en een Zaligmaker
behoefden, zie Luk. Vil : 37, XV : 1,
XIX : 6, 7, XXm : 41, 42. Hoe zou de
in doodsgevaar verkeerende bemanning van
een schip, een gevangene in een kerker,
een veroordeelde misdadiger dengene be-