Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
40 X. DE VOORLOOPER.
Dit gedeelte uit de Schrift, dat ons | 6. «Gezelschap», vers 44. Het Grieksche
aantoont hoe het Kind Jezus evengoed j woord beteekent een «gezelschap van
werkelijk God was als de Man Jezus, \ reizigers«, en wordt alleen hier gebruikt,
is een bewijs tegen de dwaling, dat God Misschien komt «Karavaan» er het best
de Zoon, eerst bij den doop in den mensch mede overeen.
Jezus neêrdaalde. !
Les X. — De Voorlooper.
«Gy zult voor het aangezicht des Heeren kenengaan. om Zijn weg te bereidenrt.
Te lezen — Luk. lïl : 1-18 (Verg. Matth. III : 1-12).
Te leeren — Jes. XL : 3—5; Luk. I : 76, 77 (Gez. 36 : 2)
Voor den Onderwijzer.
Bij het beschrijven van het Leven van Christus, moet men ook groote zorg
besteden aan het werk van den Dooper, daar dit het door Cod aangewezen
middel was, om het Joodsche volk op de komst van den Messias voor te be-
reiden. In de volgende Schets wordt daarom de prediking van Johannes uit
dat oogpunt beschouwd, en geen andere toepassing gemaakt, dan die met het
geheele plan van dit werk overeenkomt. Indien de onderwijzer eene doorloo-
pende verklaring gaf van het Evangelie van Mattheus en van Lukas, zou hij
bet onderwerp anders behandelen, en de aandacht der leerlingen bepalen tot
de verzen, die zij voor zich hebben, terwijl hij in de toepassing wijzen zou
op de noodzakelijkheid, den aard en de gevolgen van waar berouw. Weet men
dit goed te onderscheiden, dan heeft men hierin ook de verklaring, waarom
sommige punten in de Les werden uitgelaten, terwijl van andere meer werk
werd gemaakt.
Men behandele de derde afdeeling alleen met leerlingen, die met belang-
stelling het verwijzen naar de aangehaalde teksten zullen volgen.
De onderwijzer verzuime niet op te merken, hoe de Dooper hem hier
een voorbeeld geelt van de wijze, waarop men zijne hoorders tot het gevoel
hunner zonden zal brengen. Johannes spreekt niet tot allen gelijkelijk van
«zonde» in het afgetrokkene, maar tot de tollenaars, de krijgslieden enz., van
hunne bijzondere gebreken en verzoekingen. Laten wij eveneens doen, en
spreken ovei' de bijzondere verleidingen, waaraan grootere jongens onder de
menschen, kleine jongens op school, meisjes van verschillende leeftijden bloot-
staan, naar gelang van de klassen, die wij onderwijzen. Het verschil van plaats
en omstandigheden moet ook niet vergeten worden: een fabrieksarbeider, een
schrijver op een kantoor, een knecht op een boerderij, een timmermansleerling,
zij hebben allen hun eigenaardige verzoekingen. Veiiiezen wij tegelijkertijd
den wortel van alle kwaad — de natuurlijke gesteldheid en neiging van het
jmenschelijke hart, die bij allen dezelfde is — niet uit het oog.