Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
IX. HET EERSTE PAASCHFEEST.
39
Wij zien een bewijs voor de vroomheid
van Maria en Jozef in hun blijven te Jeru-
zalem, totdat «de dagen voleindigd waren»
nl. de zeven dagen van de ongezuurde
brooden, hetgeen niet door allen gedaan
werd; en ook in het gaan van Maria.
Ofschoon de rabbijnen er toe aanspoorden,
waren de vrouwen niet door de wet ver-
plicht het feest bij te wonen, zie Deut.
XVI : 16.
'ó. «Vonden Hem in den Tempel» —
d. w. z. waarschijnlijk in een der kamers,
waar de leden van het Sanhedrin hun
leerlingen gewoonlijk ontvingen. Het is
niet onmogelijk, dat de beroemde Rabbi's
Shammai en Hillel, een van tweeën of
beiilen, tegenwoordig waren, of (onder de
jongeren) eenigen van hen. die in de Schrift
genoemd worden, Gamaliêl of Nicodemus,
of (als leerling) Saulus van Tarsus.
Het oude denkbeeld, dat Jezus met de
leeraren «redetwistte», wordt niet door
het verhaal bevestigd. Wij moeten hem
eenvoudig beschouwen als iemand, die
kwam om onderwezen te worden: «Hen
hoorende», «hen ondervragende», «Zijne
antwoorden», dat alles wordt genoemd.
Het onderwijs, door de Schriftgeleerden
gegeven, was in vorm streng catechetisch,
en er werd veel werk gemaakt van ver-
standige antwoorden. Een der Rabbi's
zegt: «Ik heb veel geleerd van de Rabbi's,
die mij onderwezen; ik heb meer geleerd
van de Rabbi's, met wie ik leerde; ik heb
het meest geleerd van mijne leerlingen?».
Josephus beschrijft de vermaardheid, die
hij, als veertienjarige knaap, verkreeg om
zijne antwoorden, zoodat de menschen in
grooten getale naar de school gingen O'n
die te hooren. Natuurlijk moet men het
«verstand» van Jezus geheel anders be-
schouwen. Het was bij Hem niet louter een
vroegtijdige bekwaamheid in de dialektiek.
Zijne vragen en antwoorden moeten een
reiner en verhevener geest geademd hebben
dan de woordenstrijd, waaruit de disputen
der Rabbijnen gewoonlijk bestonden ; en
dit was ongetwijfeld de oorzaak van de
verwondering, die zij wekten.
4. Wanneer wij dit verhaal nagaan (en
in 't algemeen alle verhalen uit de Schrift),
moeten wij ons geheel losmaken van onze
hedendaagsche denkbeelden. Men moet
b.v. niet denken, dat Maria en Jozef de
geringste moeite hadden om toegang te
verkrijgen tot de kamers van den Tempel.
Dan zou men ook kunnen vragen, waar
bracht Jezus den nacht door enz.,gedurende
die drie dagen? Hoewel er geen antwoord
gegeven kan worden, dat er aanspraak op
kan maken een juist antwooi d te zijn, toch
zal deze vraag geen moeilijkheid opleveren
voor hen, die bedenken, welke de verplich-
tingen der Oostersche gastvrijheid waren,
; vooral te Jeruzalem, gedurende het Paasch-
feest, en ook dat Jezus, in latere jaren, ge-
heele nachten op den Olijfberg doorbracht.
.5. «In de dingen Mijns Vaders» wordt
door sommigen vertaald «in Mijns Vaders
huis» maar hoewel deze beteekenis er ook
in ligt, is de eerste uitdrukking veel meer
omvattend. Het woord " moest» is het
zelfde, dat zoo dikwijls ten opzichte van
des Heeren werk voorkomt, Matth. XXVI:
54; Mark, VHI : 31; Luk. XXII : 37,
XXIV : 7, 44; Joh. IX : 4, XX : 1».
Dit antwoord verkrijgt een bijzondere
beteekenis door de woorden van Maria
«Uw vader en ik hebben u met angst
gezocht». Het was natuurlijk, dat zij en
; Jozef verbaasd waren: want ofschoon zij
het geheim van Jezus' geboorte wisten,
dachten zij toch niet dat Hij het wist.
Toch wekt hunne verbazing op zich zelf
bevreemding. De verklaring hiervan is
: beproefd geworden, door Maria en Jozef
! voor te stellen als echtelingen, die beiden
I een onuitgesproken gevoel hadden van de
j grootheid van het Leven, dat aan hunne
zorg was toevertrouwd; terwijl elk van
hen bij tijden de ware mate van die groot-
; heid uit het oog verloor in de gemeen-
zaamheid van het dagelijksch verkeer.
De waarde van elk woord in de evangelie-
verhalen wordt duidelijk bewezen door het
feit, dat. indien .Maria gezegd had «wij» in
plaats van «Uw vaderen ik», de strekking van
Jezus* antwoord verloren gegaan zou zijn.
Hoe het Kind langzamerhand van Zijne
Godheid bewust werd, kan door ons niet
begrepen worden, maar wij mogen toch
aannemen, dat de Godheid, die van de
ontvangenis af in Hern woonde, zich
langzamerhand aan Zijne menschheid open-
baarde. gelijken tred houdende met zijne
bevattelijkheid. En wanneer, zooals gewoon-
lijk aangenomen wordt, van dit b«»zoek te
Jeruzalem het ontwaken van dat bewustzijn
dagteekent, dan wekt de gehoorzaamheid,
die Hij Maria en Jozef toonde, toen ilij aan
hen «onderdanig» terugkeerde, nog meer
onze bewondering.