Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
IX. HET EERSTE PAASCHFEEST.
37
neer ïlij Davids koninklijke stad aan-
schouwt, den tempelen het volk, dat komt
a;mbidden (Hij was daar als klein kind
geweest, daarna niet meer) — dan de
groote avond van hot feest — plechtige
samenkomst — het lam, biltere kruiden,
ongezuurde brooilen, de lolliederen, enz.
enz. (Zie Aant. 2). Hoe wonderbaar, om
nu terug te zien en te denken aan den
tijd, toen dit het eerst werd gedaan! —
en te denken aan een van de jonge
«zonen der wet», die zelf het ware
«Pascha» is. waarop alle Pascha's doelen,
het Lam Gods, wiens bloed op onze harten
moet gesprenkeld woiden.
II. In den tempel blijvende
{Lees vers 43—50).
Dö week van het feest is voorbij —
gezelschappen {Zie Aant. 6) keeren huis-
waarts — reizen den geheelen dag door
— "s avonds wordt het Kind vermist. Hoe
zullen Maria en Jozef, geheel terneer ge-
slagen, zich hebben voorgesteld, dat Jezus
tiiet uit eigen beweging weggebleven kon
zijn. Hij, die altijd zoo gehoorzaam en
liefhebbend was — misschien door Zijn
oude vijanden geroofd; hoe angstig zoeken
zij Hern (vers 41), doch te vergeefs; dan !
gaan zij treurig naar de stad terug, vragen :
aan iedereen.
Waar werd Hij eindelijk gevonden?
Kamer in ilen Tempel — leeraren zitten
te onderwijzen en te vragen — jonge
leerlingen aan hun voeten gezeten (Hand.
XXII: 3) — Eén van deze «vol van wijs-
heid», geeft verstandige, heldere antwoor-
den, doet op Zijn beurt bescheiden vragen,
maar welke vragen! De leeraren verwon- !
deren zich — nooit hebben zij van te ;
voren zulk een leerling gezien (Ps. CXIX : |
99, 100). {Zie Aant. 3). Zie Maria — zij '
denkt er niet aan wie daar nog meer zit,
het is genoeg, dat Hij gevonden is — wat
zegt zij ? Zij is te treurig om niet te
klagen, te verheugd om te bestraffen.
Let op dat treffende antwoord —
«Waarom zouden Zij Hem zoeken 9
Maria sprak vati Zijn Vader — ver-
gaten zij dan Wie Zijn ware Vader
was? Waar kon Hij anders zijn dan
iti Zijns Vaders huis, bezig met het werk
Zijns Vaders 9 Dachten zij, dat het een
jongensstreek was om achter te blijven —
dat Hij verblind was door de pracht der
stad9 Deed Hij niet Zijn plicht als een
goed Zoon? Moest Hij dit niet doen?
Dus wist het Kind, wie en wat Hij was.
Had Maria Hem verteld, wat de engel ge-
zegd had? Wel, zij hnd het zelve bijna
vergeten, vers 50. Hoe wist Hij het dan?
{Zie Aant. 5).
III. Zich aan aardsche banden
onderwerpende {Lees vers 51).
Zou Jezus hebben mogen weigeren om
mede tei ug te gaan? mocht Hij zich toen
afzonderen voor Gods werk? Wat deed
Hij? Achttien jaren moesten nog verloopen,
voordat de Messias zich openbaarde. Moest
Hij zich dan bekwamen in de Joodsche
geleerdheid, en jaren lang aan de voeten
der leeraren zitten (evenals Paulus)? Zie
Joh. VII : 15. Wat moest Hij dan doen?
{Verwijs naar de vorige Les) —«onder-
danige» zijn — Was dat «in de dingen
zijns Va Iers zijn»? — Zie, hoe voldaan de
Vader was (vers 52), meer en meer,
totdat die Stem het kwam verkondigen,
Matth. III : \ i.
Welke twee soorten van plichten
hebben wij? Verleden Zondag zagen wij,
hoe Jezus ons ten voorbeeld is in het ver-
vullen van onze «plicliten jegens onzen
naaste». Heden toont Hij ons, hoe wij
onzen «plicht jegens God» moeten ver-
vullen.
'In de dingen Mijns Vaders».
Zoo moesten wij allen zijn. Hoe kunnen
wij dit?