Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
IX. HET EERSTE PAASCHFEEST.
35
in het tijdperk na Zijn eerste Paaschfeest.
De uitdrukking «nam toe in genade bij
God» is zeer opmerkehjk, en moet, evenals
de andere, zóó verstaan worden, niet dat Hij
ooit minder «genade» had, maar dat er,
naarmate Jezus grooter werd, meer en
meer in Hem was, waarop de Goddelijke
genade kon rusten.
7. Merk op, dat het volmaakte leven
van onzen Heer, in al die jaren, een deel
van Zijn plaatsvervangend werk was. In
dat opgroeien van kind tot jongeling, van
jongeling tot man, dat toenemen in genade,
in heiligheid, in onderwerping, in zelfop-
offering en liefde, zonder ééne bezoede-
lende aanraking der zonde — in dat
geheele leven, door de drie jaren van open-
lijke werkzaamheid, het Lijden en het Kruis
besloten, lag de gehoorzaamheid van
één mensch, waardoor allen rechtvaardig
werden)).
8. Voorbeelden. — Trek een rechte
lijn op een lei. leg er de liniaal naast, en
gij zult zien hoe verkeerd uw lijn is. Zoo
wordt ons leven door Gods wet beproefd.
Maar het leven van Jezus was een vol-
komen recht getrokken lijn.
Hoe kunnen wij in de praktijk Jezus
navolgen? Hoe schrijft gij een voorbeeld
in uw schrift? Door gedurig naar den
bovensten regel te kijken, de kapitale en
de gewone letters, de ophalen en neer-
halen, tot zelfs de punten na te maken.
Zoo moesten wij altijd «op Jezus zien».
Blaas een weinig lucfit in een windkussen
of een blaas; gij ziet dat zij geheel vol
zijn. Blaas nog langer; zij blijven vol,
maar worden toch steeds grooter. Zoo was
het ook met de menschelijke ziel van Jezus,
die met wijsheid vervuld is. Dit beeld
moet met grooten takt gebruikt worden,
maar dan is het zeer trefTend.
Les IX. — Het eerste Paaschfeest.
aWist gij niet, dat ik moest zijn in de dingen mijns Vaders?»
Te lezen ~ Luk. H : 41—51.
Te leeren — Luk. II : 49, 51; Col. I : 9, 10 (De 10 geboden : O, 7; Ps. 84 : 1).
Voor den Onderwijzer,
De eerste afdeeling van de volgende Schets geeft een beschouwing van den
tekst, die geheel van de gewone afwijkt. Veelal legt men den meesten klem
op hetgeen voorviel bij dit bezoek te Jeruzalem, en ziet over het hoofd, welk
een belangrijke zaak hel feit zelf van zulk een bezoek, in dien tijd en bij zulk
een gelegenheid, was, en tot welke gewichtige beschouwingen het aanleiding
geeft. In dit verhaal zien wij, op merkwaardige wijze vereenigd de wezenlijke
Godheid van Jezus en de verplichting, krachtens Zijne ware menschheid, om
alle wettelijke instellingen in acht te nemen. De bijzondere gewoonte, waar
onze Schets van spreekt, komt op treffende wijze overeen met de Christelijke
plechtigheid van de Bevestiging, als voorafgaande aan de toelating tot de Tafel
des Heeren, en biedt dus nog een onverwachte gelegenheid aan, om oudere
leerlingen daarop te wijzen. Hel spreekt van zelf, dat dit gedeelte van de Schets
voor jongere kinderen slechts even aangestipt behoeft te worden.
De toepassing verschilt weder eenigszins van die, welke men gewoonlijk
geeft. De bijzonderheden van het Christelijk leven moeten reeds bij de vorige
Les uitvoerig besproken zijn, en het is in deze Les dus minder noodig,