Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
507 CIV. CHRISTUS' Äl'OSTEL IN DE KEIZERLIJKE STAD.

werden de tempels voor Christelijke kerken
gebruikt.
III. De afgezant van den Koning
der Koningen.
Wien zond God om dit groote werk te
volbrengen — het konijikrijk van Christus
te Rome te verkondigen — het Heidendom
van Rome omver tewerpeti? Gesteld, dat
gij geweten hadt, dat op een zekeren dag
Gods gezant den « grooten Appischen weg >>
(zie Aa7it. 2) af zou komen, om de stad
binnen te gaan, — en gij stondt aan de
poort om het te zien — wat zoudt gij
(tan verwachten? Eene legerschaar vaii
engelen zou u zeker geene te groote macht
toeschijnen voor zulk een werk I Gij hoort
de stappen der soldaten — ziet hen komen
— wie begeleiden zij? Xiet een groot vorst
of aanzienlijk persoon met zijn gevolg,
maar een troep gevangenen in boeien;
en een hunner is Gods gezant naar de
grootste stad ter wereld! — zooals hij
zichzelven noernt (Ef. VI : 20) « een ge-
zant in eene keten». Vele legerscharen
waren deze poort binnengetrokken — met
roem beladen strijdmachten, die huiswaarts
keerden, enz : en deze man komt om de
overwinnaars te overwinnen. Wat zegt onze
tweede tekst om te leeren? God heeft het
«zwakke», «onedele» en « verachte » uit-
verkoren, om het «sterke te beschamen ».
Paulus is eindelijk te Rome. Hoe is hij
er gekomen? Wij hebben hem op die
lange en vreeselijke reis gevolgd; nu heeft
hij zich ophieuw ingescheept, en is met
de « Cabtor en Pollux» te Puteoli aange-
land (zie Aant. 1) — dan gaat hij langs
den « Appi?chen weg» naar Rome.
Paulus is treurig en terneergeslagen,
terwijl hij daar voortzwoegt — zijne vele
beproevingen en zijn lijden hebben hem
uitgeput — misschien ontzinkt hem de
moed, wanneer hij denkt aan hetgeen
hem wacht: Christus te verkondigen in
die groote stad. Welk een taak! En
hij, een arme rnan, zoo goed als alleen,
een verachte Jood en zelfs niet vrij! Maar
eer hij de poort binnen treedt, is zijne
treurigheid verdwenen — hij is vol blijde
verwachtingen — hoe komt dit? vers
Paulus verlangde altijd zeer naar zijne
vrienden (Hand. XVHI : 5; 2 Cor. II: 13,
VH : 6); maar nu is het bijzonder aan-
genaam voor hem eenige broeders te ont-
moeten — hij zag hierdoor, dat hij niet
alleen in Rome zou zijn, het werk niet zou
behoeven te beginnen — er was reeds
eene getrouwe Gemeente (Zie Aant. 7).
Dit wist hij wel is waar — hij had hun
dien grooten « Brief aan de Romeinen»
geschreven — maar nu zag hij hen, en
zijti eigen wensch (Rom. 1: 1!, 12, XV : 32)
werd vervuld. Gij ziet, dat Gods gez;mt
«zwak Ä zoowel als «veracht» ^^as —hij
wa^i immers slechts eeu nipyisch.
IV. De verkondiging van het
Koninkrijk te Rome
(1) Aan wie eerst? Wij zouden het mo»M-
lijk raden. Paulus was van Jeruzalem ge-
komen, nadat hij daar geheel en al ver-
worden was door de Joden — nu is hij,
de Apostel der Heidenen, in de groote
Heidensche hoofdstad; en wat doet hij?
llij zendt eene boodschap aan do voor-
naamsten der Joden aldaar — fiij kan zijne
eigen landgenooten, die hij lief heeft (Rom.
IX : I—3, X : l), niet aan hun lot over-
laten — hij moet eerst trachten hen te
winnen. Lees vers 17—23, een geheelen
dag van des morgens vroeg tot des avonds
toe» spreekt hij hun ernstig toe, ver-
kondigt hun c het Koninkrijk Gods (vers
23) — het «Koninkrijk», dat Daniël voor-
speld had. Met welk gevolg? vers24(Zt>
Aant. 6). Zie dan het plechtige afscheid,
dat Paulus van hen neemt, vers 25—28:
zijne laatste woorden tot zijn volk.
(2) Maar nu wordt de boodschap der