Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
506
CIV. CHRISTUS'
Äl'OSTEL IN DE KEIZERLIJKE STAD.
Schets van de Les.
Hoevele groote steden hebben wij alreeds
bezocht bij het lezen der Handelingen! —
Jeruzalem, Cesarea, Damascus, Athene,
Efeze. Dit laatste hoofdstuk brengt ons
naar de grootste van alle: vers 14 —
«alzoo gingen wij naar Rome».
I. De keizerlijke stad Home.
Eenige Lessen vroeger {Les C) hebben
wij over dat gioote rijic gesproken, dat
zich bijna overal uitstrekte. Op al zijne
zendingsreizen bleef Paulus binnen de
grenzen van dit rijk. Nu komen wij tot
het middelpunt en de hoofdstad van het
geheel. Al de stadhouders, van wie wij
gehoord hebben, Sergius Paulus, Festus,
enz., hadden hunne macht van Rome. AI
de krijgslieden, Cotnelius, Lysias, Julius,
enz., waren verplicht voor Rome te strijden.
Rome heerschte over alles.
Hoe kwam het, dat Rome zoo groot was?
In de dagen van Koning Salomo was er
zulk eene plaats niet. Toen Ninevé en
Babyion de grootste steden waren, was
Rome slechts eene kleine stad, zonder
verder gebied of bezittingen. Maar de Ro-
meinen waren een krachtig en moedig
volk — in den loop des tijds veroverden
zij alle landen om hen heen, overwonnen
alle naburige volken, het eene na het
andere — niets kon hun weerstand bieden
— de Romeinsche troepen behaalden overal
de zegepraal; eindelijk werd de kleine stad
de grootste op aarde, en de hoofdstad van
een onmetelijk rijk.
Het was zeer gelukkig voor de uitbrei-
ding van het Evangelie, dat Home overal
heerschte — waarom? Niet omdat de
Romeinen er gunstig voor gezind waren,
maar {zie Les C) — omdat Gol Rome
gebruikte om Zijne zaak te bevorderen.
Maar Rome leerde het Evangelie weldra
haten en de Kerk op wreede wijze ver-
volgen. Waarom? Omdat Rome eene Hei-
densche stad was — de voornaamste van
alle Heidensche steden — « vol afgoden »,
evenals Athene, en ook vol zonde; en
Rome bemerkte spoedig, dat, indien de
Heidensche tempels, priesters, offers, enz.
in eere zouden blijven, het Evangelie onder-
drukt moest worden. Rome werd dus de
groote vijandin van Christus op aarde —
het hoofdkwartier van den Satan.
II. Gods oogmerken ten op-
zichte van Rome.
In het hoofdstuk, waaruit onze l^te
tekst om te leeren genomen is, zien wij,
hoe God, door den mond van Daniel,
ongeveer 600 jaar van te voren de heer-
schappij van Rome aan Nebukadnezar
voorspeld had (Dan. H : 37—45): — vier
groote koninkrijken, die het een na het
ander zouden opkomen en vallen (zie Ps.
LXXV : 8 — God «vernedert dezen en
verhoogt genen»); het vierde zou «hard
zijn gelijk ijzer », « alles vermalen en ver-
breken » — dit was Rome. Maar wat dan ?
1ste tekst om te leeren — moet er nog
een ander koninkrijk opkomen, dat al het
overige vernietigt, maar zelf nooit vernietigd
wordt — welk is dat? zie Dan. VII : 13,
14; Luk. I : 31-33; Hebr. I : 8; Openb.
XI : 15.
Hoe zou het koninkrijk van Christus de
macht van Rome vernietigen? Niet door
de stad te verwoesten, en den keizer van
den troon af te zetten (dit gebeurde wel,
maar niet door de Christenen); maar door
het Heidendom te overwinnen. De woorden
van Jesaja moesten vervuld worden — de
afgoderij « ganschelijk vergaan», de Heer
«alleen verheven zijn». En zoo ge.schiedde
heL Rome trachtte het Evangelie te onder-
drukken — duizenden Christenen werden
gedood — het hielp niet — er geloofden
er meer en meer — eindelijk kwam er
een Christen-keizer aan de regeering en