Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
cm, DE REIS. — EEN VOORBEELD VAN DEN INVLOED EENS CHRISTENS. 504
de stormzeileii bijzetten, en het schip zoo
scherp mogelijk bij den wind houden, dan
zou de neiging om naar het W.-Z.-W. ge-
dreven te worden, geneutraliseerd worden
door de neiging van het schip om voor-
waarts te gaan. Met zulk een wind kon
een schip uit dien tijd in een noord-ten-
westelijken koers gestuurd worden — nl.
«op zeven strekenen de vereenigde
uitwerking van dit sturen en van den
storm zou zijn, dat het zijdelings afdreef
in een west-ten-noordelijken koers (nl.
een weinig noord van recht west).
De stelling van het schip en de koers,
in welken het afdreef, wordt in het kaartje
hiervóór aangeduid.
Gesteld nu, dat een schip gedurende der-
kust is te laag, om 's nachts gezien te
worden, maar de plaats is bekend om
hare branding. Onmiddellijk voorbij dit
punt is de diepte werkelijk twintig vademen
en een weinig verder vijftien vademen.
Nog meer: indien het schip ankerde op
de plaats, die met een anker geteekend
is op het kaartje, bevonden zich de scheeps-
lieden des morgens op een plek, die hun
denkelijk onbekend was (daar deze baai
niet werd bezocht); eene kreek met een
steenachtig strand ligt juist waar zij het
eerst het land moesten zien (vers 39);
en het nauwe kanaal tusschen het eiland
Salmonetta en het vaste land heeft geheel
het voorkomen van eene « plaats, die de
zee aan beide zijden heeft» (vers 41). De
kaart van ekn geueelte van de noordkust van malta.
tien dagen in een west- ten noordelijke
richting afdrijft van het eiland Clauda (een
dag was reeds verloopen) met eene snel-
heid van één en een h'^lve mijl per uur
(de gewone suelheid onder zulke omstan-
digheden), waar zou het dan zijn? In de
nabijheid van de noordkust van Malta,
juist de plaats, waar dit schip aankwam.
Kan er een tretfender bewijs zijn voorde
stipte nauwkeurigheid van Lukas? («her-
waarts en derwaarts gedreven» vers 27
beteekent niet in verschillende richtingen
gedreven, maar slechts a/yedret-en, en dit
moet voortdurend in ééne richting geweest
zijn).
11. Zonder twiifel was het het geluid van
de branding op de kust, dat de scheeps-
lieden deed vermoeden (vers 27), «dat
hun eenig land naderde». Op de noord-
kust van Malta is een voorgebergte, Koura
Punt genaamd (zie de kaart), dat een aldus
drijvend schip juist voorbij kon gaan. De
gelijkenis is dus op alle punten volkomen.
De baai tusschen Koura Punt en Salmo-
netta wordt nog de «Paulusbaai» genaamd.
Het is onnoodig hier op het oude geloof
terug te komen, dat Melite niet Malta,
maar Meleda in de Adriatische Zee is. De
bewijsgrond hiervoor was het vermelden
van de «Adriatische Zeeo in vers 27; maar
met dezen naam werd in vroeger tijd de
geheele uitgestrektheid water tusschen
Griekenland en Italië genoemd.
12. Gewoonlijk ankert men niet met
het achterschip; maar het wordt nog wel
in den Levant gedaan, en eene te Hercu-
lanum gevonden schildering stelt een
schip uit den tijd van Paulus voor, dat
aldus va^'tgelegd wordt. In den slag van
Kopenhagen lieten de schepen der Britsche
vloot de ankers van het achterschip vallen;
en men verhaalt er de treiTende bijzon-
derheid bij, dat Nelson den morgen voor
het gevecht Hand. XXVH had gelezen.