Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
cm, DE REIS. — EEN VOORBEELD VAN DEN INVLOED EENS CHRISTENS. 503
te Cnidus; daarom deden zij geene poging
om dit punt voorbij te gaan, maar lieten
liet anker vallen in do haven «Schoone-
havens» (ook nu nog zoo genoemd) even
vóór de Kaap.
(>. Daar de noordwestenwind nog aan-
hield, werden zij te Schoonehavens Ofige-
houden tot na het « v:t-itep id. den grooten
Verzoendug, den dag vat» de
m;i.tnd in deti .Ioo«lschen kalender (Lev.
XVI : 21). XXIH ; 27). omtrent het begiti
van de maand October. Natuurlijk bere-
kenden de scheepslieilen den tijd niet naar
«het vasten», dat hun onbeken«! was;
Lukas gebruikte die uitdrukking, evenals
wij een kerkelijken en niet een burgerlijken
teim gebruiken, wanneer wij spreken van
ft na Pinkster». Het was zet-r- l.jat in hel
seizoen voor zulk eene reis, aU ini voor
hen lag. De oude zeevjiarders kenden het
kompas niet, en konden hunnen koei'< alleen
richten door overdag de zon en 's nachis
de sterren waar te nemen; in eeti tijd,
(l.tt de lucht «likwijls met wolken was be-
dekt, was het zeer gevaarlijk buiten het
gezicht van het hind te varen. A.in den
anderen kant sfond Schooneluivens. of-
schoon beschut voor den N.-\V.-wind,
open voor andere winden, en was dus « on-
gelegen om in te overwinteren »; vandaar
het verlaniren, om, zoo mogelijk, nog eene
andere huven te bereiken.
7. Fenix is het tegenwoordige Lutro,
verreweg de beste haven van deZuiilkust
van Creta, d;iar het bijtia geheel door land
is ingesloten; volgens de beschrijving is
het er even veilig als in een vijver, zelfs
wanneer daarbuiten een storm woedt. De
woorden « strekkende tegen het zuidwesten
en tegen het noordwesten» (vers 12) worden
wel eens eene moeilijkheid geacht, omdat,
imlien dit beteekent « open tegen het zuid-
westen en noordwester» », de haven niet
veilig zou ziju. .Maar dit is niet de betee-
kjMjis. «Strekkende » is eerder « uitziende » ;
llowson meent, dat daarmede de haven
beschreven wordt, zooals zij zich voordoet
aan binnenvarende zeelieden. Dit is ook
juist het voorkomen van Lutro; daar er
een klein eiland aan den ingaijg ligt,
schijnt het of de haven voor binnenkomende
schepen juist in die twee richtingen open
is. Lukas* kernachtige beschrijving is dus
bijzonder nauwkeurig.
8. Daar de afstand van Schoonehavens
naar Feni.x slechts veertig mijl is, achtte
men het eene gemakkelijke zaak dit laatste
te bereiken, toen de noordwestelijke storm
eindelijk ophield en een zachte zuidenwind
begon te waaien. Maar in den Levant wordt
zulk een brie.^je dikwijls door hevige noor-
denwinden gevolgd en d>t bleek ook hier
het geval te zijn. Vers 14 «sloeg tegen
hetzelve » beteekent « sloeg neer daarvan
nl. van de hooge bergen van Greta. De
hooge top van den Merg Ida verheft zich
jui<t tegenover de plaats, waar het schip
was. «Éuroclydon» moet denkelijk ziju
«Euracylon», een wooni, dat uitdrukt,
dat de wind oost-noord-oost was; dat
dit werkelijk zoo was, is door middel van
de zeevaartkunde af te leiden uithetgeen
volgt.
9. Het schip, plotseling door den storm
medege^leept, werd in Zuidoostelijke rich-
ting naar het kleine eilandje Gianda ge-
dreven. Onder de lij van dit eiland geko-
men. waren zij korten tijd voor den win-1
beschut, en grepen de gelegenheid aan
oin zooveel nii»irelijk tffhereidselen te
maken voor eene lievige worsteling met
den storm. De sloep, die zij op de zorge-
looze wijze, waarmede zij Schoonehavens
hadden verlaten, achteraan hadden gesleept,
werd, olschoon met moeite, aan boord ge-
heschen. Kr werden dikke touwen, die
vroeger altijd op een schip werden mee-
gevoerd. onder het vaartuig doorgenomen,
en strak aangehaald, om te beletten, dat
de huiddeelen uitweken door het geweld
der g{dven
(Deze bewerking wordt tegenwoordig ook
nog wel toegepast).
«Het zeil strijken» in vers 17 moet zijn
«het boventuig neertiemen», dat alleen
bij fraai wedei' gebruikt wordt; indien zij
werkelijk alle zeilen geborgen hadden,
dan zou datgene, wat zij wilden verhin-
deren, onvermijdelijk gebeurd zijn; zij
zouden op <tde droogte», deSyrtis major,
gedreven zijn, de gevaarlijkste baai op de
Afrikaansche kust tns<chen Tunisen Tripoli.
10. Het is van het glootste belang i»auw-
keurig te l)egiijpen, wat nu gebeurde. Wij
moeten uit de woorden « dreven henen »
niet opmaken, dat het schip aan zichzelf
werd overgelaten, om gestuwd te worden
waarheen de wind wilde. Iu de gegeven
omstandigheden — nl. een O. N-O. storm
en de vrees om recht voor den wind in
I de golf Syrtis gedreven te worden —zou
1 een bekwaam zeeman aldus doen: hij zou