Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
cm, DE REIS. — EEN VOORBEELD VAN DEN INVLOED EENS CHRISTENS. 502
Aanteekeningen.
1. De «keizerlijke bende», waartoe de
hoofdman Julius behoorde (versl), wordt
niet door andere geschiedschrijvers ver-
meld; maar het moet een corps uitgelezen
troepen geweest zijn, aan den persoon
des Keizers verbonden. Het kau zijn, dat
Julius met eene bijzondere opdracht naar
Syrië werd gezonden.
2. Adramyttium, de beslemming van
het schip, waarin Julius en zijne gevan-
genen van Cesarea af voeren, was een
haven in Mysië, bij Troas. Natuurlijk gingen
zij niet daarheen; maar te Cesarea was
geen schip, dat naar Italië ging, en het
was dus noodig dit kustvaartuig voor een
gedeelle van den weg te nemen.
4. Het «schip van Alexandrië», dat
Julius te Myra vond, was zonder twijfel
door denzelfden noordwestenwind daarheen
gedreven, welke belette, dat het recht-
streeks koers zette van den mond van
den Nijl naar Italië. Het was waarschijnlijk
een der talrijke korenschepen, die de
granen van Egypte naar het overbevolkte
Rome voerden. Voor de Italianen was het,
evenals weleer voor het gezin van Jakob,
eene belangrijke zaak, dat er «koren in
Egypte » was, en de handel werd op uit-
gebreide schaal gedreven. Groote schepen
werden er voor gebouw«!, en men heeft
berekend, dat het schip, waarover wij nu
spceken, om de lading en 276 person<M>
ka.\ht van een gedeelte van de zuidkust van creta.
3. « Voeren onder Cyprus heen » (vers 4)
beteekent «onder de lij van Cyprus»,
d. w. z. door Cyprus vuor den wind beschut.
De rechtstreeksche weg van Sidon naar
Myra zou dwars over zee geweest zijn,
Cyprus rechts latende liggen — dezelfde
weg.
dien Paulus voer van Patara naar
Tyrus (XXI: 3); maar de wind, dezelfde,
die toen zoo gunstig was (zie Les XCIX,
Aant. 3), was nu tegen, d. w. z uit het
noordwesten, en daarom moest het schip
noordwaarts gestuurd worden om den
oosthoek van Cyprus heen, en daarna
tusschen dit eiland en Cilicië door. Hier
werd het geholpen door eene strooming,
die altijd westwaarts gaat, en kon dan
langzaam tegen den wind opwerken naar
Myra.
(vers 37) te kunnen voeren, over de 506
ton inhoud moet gehad hebben.
5. Dezelfde wind nam niet af in hevig-
heid, nadat zij Myra hadden verlaten, en
vele dagen moesten zij « langzaam voort-
varen » langs de kust; en toen zij, voorbij
Cnidus, de beschutting der kust verloren,
en aan het volle geweld van wind en zee
waren blootgesteld, waren zij gedwongen
zuidwaarts te loopen en onder de lij va»i
het eiland Greta te komen. Gedeeltelijk
door dit eiland beschut, kon het schip
weder tegen den wind op westwaarts zeilen,
evenals het bij de kusten van Lycië gedaan
had. Maar bij een zeker pimt. Kaap Matala,
gekomen, loopt de zuidkust van Creta
noordwaarts (zie bovenstaand kaartje) en
hier zou dus dezelfde moeilijkheid zijn als