Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
cm, DE REIS. — EEN VOORBEELD VAN DEN INVLOED EENS CHRISTENS. 501
Joodsche gevangene! Stel u hem voor,
wanneer hij «in het midden van hen
staat» — allen naar hern luisteren —
allen zijn invloed gevoelen en zijne kalmte
overnemen! En zie zijne wonderbare bood-
schap, vers "24 — hun leven aan hem
gegeven — allen om zijnentwil gered.
Zie vers 30—32. Zij liggen voor anker
in dien veertienden nacht, dicht bij de
onbekende kust, en «wenschen, dat het
dag worde». Wat doen de matrozen? Zij
trachten in het geheim alleen te ontkomen,
de anderen aan hun lot overlatende. Hoe
komt dit zelfzuchtige plan aan het licht?
Weer is het Paulus, de gevangene, die
het ontdekt en verijdelt; en zie hoe ge-
willig de soldaten hem gelooven en ge-
hoorzamen !
Zie vers 33—37. Welk een schouw-
spel! Eene ontevredene bemanning, ver-
ontwaardigde soldaten, ongelukkige gevan-
genen, de kapitein, de stuurman, de hoofd-
man, allen om dien kalmen, onbevreesden,
wijzen, mededoogenden man vereenigd! —
hij zit voor aan den maaltijd, hij dankt
God voor allen, hij spreekt woorden van
vertroosting en hoop, — en vergeet niet,
dat hevige winden nog om hen huilen,
stortzeeën den geheelen tijd over hen
heen slaan!
2. Hoe kwam Paulus aan zulk een
invloed?
Zie de reden in vers 23 — awieyis ik
ben, welken ik ook diene». Hij was oen
Christen — en wat was het gevolg? (a)
Het maakte hem gerust (2^0 tekst om te
leeren): hij kon zeggen, hetgeen in Rom.
XIV : 8 en Phil. 1:21 staat; en hetzij hij j
verdronk of gered werd, kon hij zeggen: '
«De wil des Heeren geschiede!» (b) Het j
maakte hem goedsmoeds: vers 25 — i
welk een heerlijke zaak, zoo iets te kun-
nen zeggen! — het hinderde niet hoe de
storm woedde, iets kon hij niet doen, nl.
de vervulling van Gods beloften verijdelen
(zie Ps. CXLVllI : 8 — «gij stormwind,
die Zijn woord doet»), (c) Het maakte
hem vriendelijk en belangstellend voor
anderen; hij had wel kunnen denken:
« Deze menschen gaan mij niet aan —
waarom zoude ik hun vertellen, wat ik
weet? Waarom mij moeite gegeven voor
hen?» Wat deed hij werkelijk? (d) Het
maakte hem stoutmoedig voor God: zij
waren Heidenen, en verachtten zijn gods-
dienst — deinsde hij er voor terug dien
te belijden?
Allen, die op Paulus gelijken — rustig
zijn in het gevaar, vertrouwen op Gods
beloften, vriendelijk voor hunne omgeving
zijn, zich Christus niet schamen—zullen
itivloed hebben.
Twijfelt gij hieraan? Zegt gij: «Neen,
ongodsdienstige jongens hebben juist in-
vloed? Is dit zoo, dan komt het, omdat
gij niet genoeg aan Paulus gelijk zijt —
halfhartige menschen hebben nooit invloed.
Zegt gij: « Zij, die het tegenovergestelde
zijn, hebben meer invloed? Ja, voor een
tijd; maar dit blijft niet zoo. Wanneer er
zorgen en verdriet komen, dan gaan de
menschen altijd tot een Christen om voor-
lichting en vertroosting.
Twee zaken zijn noodig:
1. Geef u over aan Christelijken invloed.
Er zijn Christenen, die u willen waar-
schuwen, leiden, troosten. Luister naar
hen, en gij zult hetzelfde erlangen, wat
deze zeelieden verkregen — veiligheid.
Luister ook naar geene anderen.
2. Oefen Christelijken invloed uit. Allen
hebt gij eenigen invloed over anderen,
{licht toe) — maar is het een goede in-
vloed? Dat niemand ooit van u kunne
zeggen: «Hij leidde mij op den verkeerden
weg!»