Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
CH. PAULUS, FESTUS EN AGRIPPA, ENZ.
493
Les CII. — Paulus, Festus en Agrippa. — Geketende Handen
en geketende Harten.
m Een gezant in eene ketem.
Te lezen — Gedeelten van Hand. XXV, XXVI.
Te leeren — Rom. VH : 23, 24; Joh. VIH : 34, 36. (Gez. 34 : 1, 2; Ps. 103 : 9;
Gez. 268 : 2).
Voor den Onderwijzer.
In twee opzichten is de bewerking dezer Les gelijk aan die der vorige. Ten
eerste wordt in beide afgeweken van de toepassing, die gewoonlijk gemaakt
wordt: in de eerste, die, welke gegrond is op de woorden «een gelegene
tijd»; in de laatste, de welbekende waarschuwing tot hem, die «bijna een
Christen» wil worden. Noch de eene, noch de andere toepassing — hoe
belangrijk ook op zichzelve — kan gemaakt worden, zonder dat aan de ware
strekking der woorden geweld wordt gedaan (zie over de laatste Aant. 6);
en al ware dit niet zoo, dan moet toch in beide gevallen een groot gedeelte
van het onderwerp behandeld zijn vóór men aan het eigenlijke punt van
toepassing komt. Ten tweede schijnt de beste toepassing voor de twee Lessen
te zijn: het wijzen op de tegenstelling tusschen Paulus en zijne rechters;
men behoeft niet bevreesd te zijn in denzelfden gedachtenloop te vervallen,
indien men zich slechts bepaalt tot de eigenaardige punten van tegenstelling,
die in de titels der twee Lessen zijn aangeduid.
Deze Les kan naar willekeur langer of korter gemaakt worden, naarmate
men langer of korter — of in het geheel niet — bij het argument van Paulus'
toespraak stilstaat. Oudere leerlingen zullen het met belangstelling volgen, en
onderwijzei-s, die zich voornemen het te behandelen, kunnen genoegzame
aanwijzingen vinden in den korten inhoud der toespraak in het begin van
Afdeeling I en in Aant. 3—5.
Indien de onderwijzer, door gebrek aan tijd, de voorvallen van Hoofdst.
XXV : 1—12 in Les C niet heeft kunnen vermelden, zal hij in staat zijn
dit in het kort bij den aanvang van deze Les te doen.
Schets van de Les.
Er is iets, dat jongens en meisjes — en
mannen en vrouwen ook — bijna meer
waard is dan eenige andere zaak — hunne
vrijheid — hun eigen meester te zijn,
te doen wat zij willen, onafhankelijk te
wezen. Benijdt gij niet somtijds degenen,
die volkomen vrij schijnen te zijn? Maar
dikwijls vergissen wij ons: menschen sc/iy-
new vrij, wanneer zij het niet zijn; anderen
schijnen gebonden, wanneer zij werkelijk
vrij zijn. Dit zullen wij heden zien.
De Romeinsche stadhouder Festus moet
Paulus naar Rome zenden? Waarom?
{Herhaal; zie Les C). Hij moet een brief
schrijven (evenals Lysias er een aan Felix
had geschreven), om te zeggen waarom
de gevangene gezonden werd. Maar wat
zal hij schrijven? — Hij kan niet ont-