Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
490
Cl. PAULUS EN FELIX, ENZ.
— hij wist, dat hij dan alleen «zalig»
kon worden, indien — zie Matth. XXIV : 13.
II. Een veroordeelend geweten.
Felix kan Paulus niet veroordeelen —
ziet duidelijk genoeg, dat hij geene schuld
heeft; maar zal hij hem vrijlaten? Hij
behoorde het te doen; maar hij wil den
Joden geen aanstoot geven (vers 27) —
en hij denkt ook, dat, indien Paulus zulk
een machtig aanvoerder der sekte is, zijne
vrienden misschien voor zijne vrijlating
zullen betalen — dan zoude hij er nog
winst mede kunnen behalen (vers 26). De
uitspraak wordt dus nog uitgesteld, vers
22; en Paulus blijft (zooals wij verleden
zagen) twee jaar in hechtenis.
Maar Felix stelt belang in den gevan-
gene. Hij weet iets van de Christenen af
{zié Aant, 5) — sommigen zijner eigen
soldaten behoorden tot hen (zie Hand. X) —
hij wil wel gaarne hooren, wat die
« opperste voorstander » te vertellen heeft.
Zie Felix en Drusilla in staatsie daar
zitten — wachten en officieren om hen
heen — luisterende naar een eenvoudigen,
nederigen man, wiens handen geboeid
zijn. Sla hen gade — een der drie is
bevreesd? Is het de gevangene, die zijne
straf met angst te gemoet ziet? Neen, hij
spreekt stoutmoedig en onbevreesd. Is het
Drusilla, eene zwakke vrouw, die door
zijne strenge prediking wordt verschrikt?
Neen, zij blijft onverschillig, wat hij ook
zegt. Het is de stadhouder zelf!
Felix is bevreesd? Waarom? Omdat
zijn geweten hem verontrust. Zie waarover
Paulus gesproken heeft, vers 24. (a) Recht-
vaardigheid — voor God en menschen
rechtvaardig te wandelen; en Felix wordt
er door zijn geweten aan herinnerd, hoe
hij den Joodschen hoogepriester heeft ge-
dood, en het volk met wreedheid heeft
behandeld; hoe hij zich heeft laten om-
koopen om slechte menschen uit de gevan-
genis te verlossen, en goede menschen
gevangen heeft gezet, in de hoop een los-
prijs te ontvangen — eene tweevoudige
onrechtvaardigheid. (&) Matigheid — zich-
zelf te bedwingen — niet den vrijen teugel
laten aan de hartstochten — geene slechte
gedachten en verkeerde wenschen te koeste-
ren ; — en Felix wordt er door zijn geweten
aan herinnerd, op welke wijze hij die
vrouw heeft verkregen {zie Aant. 2) —
hoe hij haar door list aan haren eersten
man heeft ontnomen, alleen omdat hij
haar beminde — het deed er niet toe,
wien hij onrecht deed — hij gaf alleen
om zichzelf, (c) Toekomend oordeel —
over wie? Zie Pred. XI : 9, XH : 14;
Rom. II : 6—9; 1 Cor. VI : 9, 10; Gal.
V : 19—21; 2 Thess. 1:8; Openb. XXI: 8.
En het Geweten zegt Felix, dat hij Gods
vreeselijk oordeel verdient. Geen wonder,
dat hij bevreesd is!
Wat zal hij doen? Hetzelfde uitroepen
als de stokbewaarder (XVI : 30)? Dat
doet hij niet, hij onderdrukt de opkomende
gedachte, legt zijn Geweten het stilzwijgen
op, doet zijn best niet meer aan zulke
onaangename zaken te denken. Zie wat
hij zegt, vers 25. Kwam de «gelegene tijd»
om met Paulus te spreken? Ja, dikwijls —
maar waarover sprak hij, wanneer die tijd
kwam? vers 26. Hij was nooit «gelegen»
om zich van zijne zonde tot God te be-
keeren.
Is het verkeerd een veroordeelend
Geweten te hebben? Er is iets, dat nog
erger is — Een Geweten te hebben, dat
moest veroordeelen, maar het niet doet.
Waarom was Drusilla niet bevreesd?
Omdat zij een goedkeurend geweten had?
Neen, indien Felix slecht was, was zij
nog slechter; hij was bevreesd, zij waste
onverschillig om bevreesd te zijn. Erger
dan Jozefs broederen, of Achab, of Herodes