Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
C. JOODSCHE SAMENZWEERDERS EN ROMEINSCHE BESCHERMERS. 486
den Keizer.» De gevangene had slechts
dit te zeggen, en geen stadhouder of
ambtenaar kon hem eenig leed doen —
hij moest naar Rome gezonden worden,
opdat de Keizer hem zelf veroordeelde
{Zie Aant. 6). Festus zal deze groote
wet niet durven schenden — hij moet
er gehoor aan geven — Paulus is veilig.
Ja, en hij zal naar Rome gaan, zooals
hij zoo vurig verlangd heeft, en zooals
de Heer hem heeft beloofd. En dit alles
is bewerkt door de Romeinsche wet en
regeering! Merk nu op, dat al deze be-
vrijdingen niet tot stand kwamen, omdat
de bestuurders goed waren. Somtijds wer-
den, in het Oude Testament, Gods dienst-
knechten door goede koningen begunstigd,
gelijk Jozef door Pharao. Velen der Romein-
sche bestuurders waren slecht, Felix in
het bijzonder (zooals wij in de volgende
Les zullen zien). De Keizer zelf, op wien
Paulus zich beriep, was Nero, een van de
slechtste menschen, die ooit geleefd hebben.
Maar zij hadden goede wetten, en werden
(gewoonlijk) naar die wetten geregeerd.
W^ij zien dus:
I. Welk een groote zegen een
goed bestuur is.
En dit was nog wel een Heidensche
regeering! Hoeveel beter hebben wij het
dus in een Christenland! Wel is waar zijn
al de vorsten van ons land niet goed ge-
weest, maar de wetten zijn goed, en. zij
worden gehoorzaamd — veel beter nog
dan in Rome. Vergeet dus niet God ook
voor dezen zegen te danken.
Wat is onze plicht jegens de Koningin,
en allen, die gezag over ons voeren? (a)
Hen te eeren en te gehoorzamen; zie Spr.
XXIV : 21; Rom. XHI : 1, 7; Tit.HI:l;
1 Petr. H : 13, 14, 17. (6) Voor hen te
bidden, 1 Tim. II : 1, 2.
II, Hoe God al deze dingen be-
schikt.
Wisten de Romeinen wat zij deden,
toen zij Paulus in bescherming namen?
Wat kunnen wij zien, waarvan zij geen
denkbeeld hadden? Gods besturende hand
— Zijne raadsbesluiten werden volbracht
door menschen, die er niets van wisten.
Zoo gebruikte God Pharao's dochter om
Mozes te redden, Cyrus om de Joden
terug te doen keeren, enz.
Maar niet altijd zijn de aardsche mach-
ten aan de zijde van Gods volk. Wees
niet bevreesd — God is altijd aan de zijde
Zijner dienaren, Rom. VIH : 28, 31. Het
burgerschap van Paulus beschermde hem
voor een tijd; maar hij bezat een grooter
burgerschap dan dit — hij behoorde tot
eene Hemelsche stad, was een onderdaan
van den Koning der koningen (Ef. H :
19; Phil. Hl : 20; Hebr. XI : 10, 10,
XH:22; XHI: 14); daarom was hij altijd
veilig, in leven of in dood. Zijn wij even
veilig als hij? Is de tweede tekst om te
leeren op ons toepasselijk?
Aanteekeningen.
1. De veertig samenzweerders waren
denkelijk Sicaristen. Dit was eene talrijke
bende roovers, die, zooals Josephus zegt,
op lichten dag in de straten van Jeruzalem
hunne slachtoffers doodden. «Met vervloe-
king vervloekt»; hetzelfde woord wordt
gebruikt voor de vervloeking van Petrus,
Mark. XIV : 71. Zulke eeden waren niet
ongewoon onder de Joden; maar elke
Rabbi kon kwijtschelding van schuld geven
voor het niet volvoeren van den eed.
2. De brief van Lysias aan Felix werd
denkelijk in het Latijn, de taal van alle
officiëele stukken, geschreven, en de ineen-
gedrongen stijl in het Grieksch wordt
beschouwd als een bewijs voor zijn Latijn-
schen oorsprong. De wijze, waarop Lysias
wordt aangesproken, «Aan den machtigen