Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
C. JOODSCHE SAMENZWEERDERS EN ROMEINSCHE BESCHERMERS. 483
hunne blindheid slechts voor een tijd is,
«totdat de volheid der Heidenen zal inge-
gaan zijn» (XI : 1, 11, 25). Was nu
niet. in zekeren zin, de «volheid der
Heidenen» reeds ingegaan? Konde Paulus
niet naar Jeruzalem gaan, en tot zijne
landgenooten zeggen, dat hij het werk,
hetwelk zij hem gegeven hadden, geëindigd
had, dat de Heidenen «ingeënt» waren —
en zouden zij dan niet eindelijk overtuigd
worden en het Evangelie omhelzen? Indien
deze veronderstelling juist is, hoe hoogst
gewichtig wordt dan dit «opgaan naar
Jeruzalem»! Hoe natuurlijk, dat Paulus
verzocht om voorbede zelfs van de Ge-
meente in het verre Rome!
Hoe natuurlijk ook, dat hij van zulk
eene zending niet af wilde wijken, in
weerwil van de waarschuwingen in elke
stad, betreffende de banden en beproe-
vingen, die hem wachtten!
10. Verscheidene woorden in dit gedeelte
vereischen eene nadere verklaring. Bij
«Opzieners»» «recht uit loopen», «in het
gezicht krijgen», «de scheepvaart vol-
bracht hebbende», is reeds stil gestaan.
«Kusten» (XX : 37) is de onvolmaakte
tijd in het Grieksch, en drukt uit, dat
zij hem in hunne droefheid en innige
genegenheid nogmaals en nogmaals kusten.
«Van hen gescheiden» (XXI : 1) moet
zijn «van hen losgescheurd».
Les C. — Joodsche samenzweerders en Romeinsche beschermers.
<iDe machten, die er zijn, die zijn van God verordend».
Te lezen — Gedeelten van Hand. XXIH, XXIV, XXV.
Te leeren — Ps. XXXVH : 32, 33; Jes. LIV : 17. (Gez. 78: 9; Ps.8:l; Gez. 21:4).
Voor den Onderwijzer.
Menigeen zal vragen : Waarom wordt zulk een groot gedeelte van de Han-
delingen ingenomen door eene uitvoerige beschrijving van de omstandigheden,
die op Paulus* gevangenneming te Jeruzalem volgden, en tot zijn vertrek naar
Rome aanleiding gaven? Het antwoord schijnt tweevoudig te zijn: ten eerste,
omdat het gaan van Paulus naar Rome zulk eene belangrijke gebeurtenis
was, dat alles, wat er betrekking op had, moest vermeld worden; ten tweede,
om de alles beheerschende macht en wijsheid van God aan te toonen ten
opzichte van de Romeinsche heerschappij en wetten, tot de verbreiding van
het Evangelie. Dit laatste punt is het onderwerp van de Les, die wij voor
ons hebben, en in de volgende Schets zullen wij de verschillende gelegen-
heden , waarin wij den invloed van Rome op het leven en den arbeid van
Paulus zien, onder één gezichtspunt vereenigen, opdat de onderwijzers er
eens voorgoed een juist begrip van krijgen.
De volgende Lessen zuilen veel winnen door de volledigheid van deze, welke
wij nu gaan behandelen. Daar hier de omtrek der uitwendige gebeurte-
nissen gegeven, en hare algemeene beteekenis aangeduid wordt, staat de weg
open, om de volgende Zondagen uitvoeriger stil te staan bij de ernstige lee-
ring, welke de twee groote tegenstellingen, Felix en Paulus, en Agrippa en
Paulus, ons aanbieden.
De twee punten van toepassing, welke hieronder zijn aangegeven, komen