Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XCIX. OPGAANDE NAAR JERUZALEM.
481
rotsen met een schoon en verfrisschend
groen bekleedde; wanneer de winterstormen
niet meer gevaarlijk waren, en de kleine
schepen veilig in de schaduw en in zonne-
schijn tusschen de naburige havens heen
en weer konden varen;» terwijl meer dan
één vers (zie Aant. 3) verklaard wordt
door het feit, dat in dat jaargetijde de
Noordwestenwind de heerschende was; iets,
wat den zeelieden in den Levant niet
onbekend is.
2. Bij het beschouwen van deze en van
andere reizen van Paulus moeten twee
zaken in het oog gehouden worden. Ten
eerste reisde hij niet per stoomboot. De
tijd, welke er noodig was voor een reis
van eene zekere uitgestrektheid, hing dus
af van den min of meer gunstigen wind
(b.v. verg. Hand. XVI : 11 met XX : 6).
Ten tweede voer hij als passagier op de
gewone koopvaardijschepen, en was dus
afhankelijk van de route, die zij namen,
en het oponthoud, dal somtijds noodig
was. Sommige Schriftuitleggers spreken,
alsof hij over het schip te zeggen had,
en de reis kon regelen zooals hij wilde;
dit is natuurlijk eene dwaling. Het schip,
waarin hij het eerste gedeelte van de reis
aüegde, was van Troas naar Patara be-
stemd (XXI :1, 2), en hield op te Milete;
de andere keeren, dat er oponthoud was,
werd dit denkelijk door het weder ver-
oorzaakt, of door het gevaar om des nachts
zulk een nauw vaarwater te bezeilen. Uit
hetgeen Hand. XX: 16 gezegd wordt, dat
Paulus «voorgenomen had Efeze voorbij
te varen», behoeft nog niet opgemaakt te
worden, dat hij het schip verhinderde daar-
heen te gaan; eerder zou men moeten
veronderstellen, dat hij besloot plaats te
nemen op een schip, dat naar andere
havens ging, omdat hij vreesde opgehouden
te worden, indien hij Efeze aandeed.
3. De tijdsorde van de reis schijnt als volgt
geweest te zijn. — Het schip verliet Troas
des Maandags, vroeg in den morgen, vol-
gens Lewis' berekeningen op den 17<ien
April van het jaar 58, terwijl het Paasch-
feest op den 278ten Maart, en het ver-
trek uit Philippi op den April had
plaats gehad. Vier dagen gingen heen met
de reis naar Milete, twee of drie dagen ,
werden te Milete doorgebracht (volgens j
welke berekening er tijd was om eene !
boodschap naar de ouderlingen te zenden,
en voor dezen om van Efeze, 30 mijl |
verder gelegen, te komen), daarna drie
dagen zeilens van daar naar Patara, twee
of drie dagen naar Tyrus, zeven dagen te
Tyrus, drie dagen van daar naar Cesarea.
Op deze wijze moest Paulus ongeveer 10
dagen voor het Pinksterfeest te Cesarea
komen; zoodat hij klaarblijkelijk bijtijds
te Jeruzalem kon komen voor het feest.
Ofschoon van Philippi naar Troas de wind
tegen was, waaide er een zeer gunstige
wind gedurende het laatste gedeelte van
de reis {Zie Aant. 1). De woorden in
XXI : 1 «liepen recht uit», beteekenen
« zeilden voor den wind ». En in vers 3
is er een scheepsterm, die in het Grieksch
snel zeilen beteekent; «als wij Cyprus
in het gezicht gekregen hadden» beteekent
letterlijk, dat de bergen van Cyprus zich
snel boven den horizon verhieven.
Daar het op het Paaschfeest volle maan
was, moet het ook volle maan geweest
zijn, toen, juist eene maand daarna, Paulus
van Patara naar Tyrus voer; en dit, gepaard
met den gunstigen wind, gaf den kapitein
zeker moed om den kortsten weg te nemen
en open zee te kiezen (zie kaart). De over-
vaart kon, onder zulke omstandigheden,
in acht en veertig uur volbracht worden.
4. Het zou onmogelijk zijn, in deze Aan-
teekeningen al de plaatsen te beschrijven,
welke het schip aandeed De volgende korte
opmerkingen kunnen hier echter gegeven
worden: De weg van Troas naar Assos
loopt door dichte eikebosschen, waarvan
de eikels, onder den naam van Valonea,
bij groote hoeveelheden in Engeland wor-
den ingevoerd voor de ververijen. Mitylene
is de hoofdstad van het eiland Lesbos, en
ligt in den oostelijken hoek. Chios (het
tegenwoordige Scio) is ook een eiland,
een paradijs van schoonheid en vrucht-
baarheid. Samos is een bergachtig eiland
in de baai tegenover Efeze, en daar het
schip de baai binnen voer, naar het voor-
I gebergte van Trogyllion toe, zal Paulus
wel met droefheid op de stad gezien heb-
ben, waar hij drie jaar had doorgebracht,
en nu zelfs geen oogenblik mocht vertoe-
ven. Mille was eene oudere stad dan
Efeze, maar het was toen niet meer van
zooveel gewicht als vroeger. Cos {niet
Coas) is bekend door de klassieke schrij-
vers en Rhodus is in de geschiedenis van
alle tijden beroemd geweest. Patara was
de haven van Lycië. Tyrus is een der
belangrijkste steden der oudheid; er zou
31