Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XCIX. OPGAANDE NAAR JERUZALEM.
479
weder een treurig afscheid — een geza-
menlijk gebed aan de zeekust, vers 5 —
dezen keer niet alleen met de «ouder-
lingen )) — wie nemen ook afscheid van
Paulus?
(4) Nog ééne korte zeereis — waarheen ?
vers 7; vandaar over land (zie Aant. 4)
over de rivier de Kison en den berg Karmel
naar Cesarea. Wie ontvangt hen daar?
Waar hebben wij Philippus vroeger ge-
zien ? (Les LXXXVIII). Eindelijk, na van de
kust naar het heuvelland gegaan te zijn,
bereiken zij het doel hunner twee maanden
lange reis te Jeruzalem.
II. De vooruitzichten der reis.
Wat maakt eene reis aangenaam of
droevig? Somtijds hetgeen ons onderweg
overkomt; maar voornamelijk het vooruit-
zicht, dat wij voor ons hebben. (Voor-
beeld. — Net sterfbed van een vriend,
of een nieuw leven, dat wij gaan be-
ginnen; een landverhuizer, die uitgaat^
een reiziger, die huiswaarts keert). Welke
waren Paulus' vooruitzichten?
1. Een vroolijk vooruitzicht ? Ja: hij zou
een heerlijk en plechtig feest gaan vieren
(XX : 16); hij had een blijde tijding mede
te deelen — de uitbreiding van het Evan-
gelie onder de Heidenen; hij had ruime
giften voor de «armen onder de heiligen »
— van wie? — (Zie 1 Cor. XVI : 1—3).
2. Maar ook een donker vooruitzicht.
Hij ziet er in :
(er) Onzekerheid. « Niet wetende», enz.
XX : 22. Dit is dikwijls eene groote be-
proeving. (Voorbeeld. — Een jongen of
meisje, die het huis verlaten om naar
eene vreemde plaats te gaan). Maar som-
tijds zijn onbekende dingen eene blijde
verrassing voor ons; zou dit met Paulus
het geval zijn? Neen, want er was ook:
(b) Zekerheid — van iets — van wat?
XX : 23, «banden en verdrukkingen ». Hoe
wist Hij dat? «De Heilige Geest betuigt»
— Deze gaf het den discipelen in het hart
hem te waarschuwen voor hetgeen hem
wachtte — en dit gebeurde «van stad tot
stad » — het was dus geene inbeelding
(Zie Aant. 9). Maar wat aangaat den aard
van het lijden, de personen, die het hem
zouden doen ondergaan, den duur, dit
was alles onzeker; wat verwachtte hij
echter? XX : 24, 25.
(c) Waarschijnlijkheid. Waarom dacht
hij, dat die ontmoeting met zijne vrienden
uit Efeze de laatste was? — Hij ver-
wachtte, dat hij « zijnen loop zou volein-
digen », zag zijnen dood tegemoet. Dit was
zijne meening te Milete; maar naarmate
hij voortgaat, wordt het vooruitzicht don-
kerder — vermeerderen de waarschuwende
stemmen. Wat wordt er te Tyrus gezegd?
vers 4. En daarna, terwijl hij te Cesarea
vertoeft, bereikt de tijding van zijne komst
Jeruzalem; en wie gaat hem te gemoet?
vers 10 (zie XI : 28). Zie het vreemde
schouwspel: Agabus bindt zichzelf de
voeten en handen met den gordel van
Paulus — wat beteekende dit? vers 11.
Lukas, Timotheus, enz. kunnen het niet
langer uithouden — eerst hadden zij hunne
smeekingen niet aan die der anderen ge-
paard — maar, nu zij op Agabus zien.
kunnen zij zich voorstellen, dat zij hunnen
geliefden meester in ketenen aanschouwen.
Zie hunne tranen — hoor hunne smee-
kingen (vers 12, 13). Hoe kan Paulus/jen
weerstaan? Wij zullen zien:
III. Hoe Paulus zulke donkere
vooruitzichten te gemoet zag.
1. Hij was «gebonden», XX : 22. Niet
met touwen of ketenen — waarmede? 2
Cor. V : 14 (verg. 1 Cor. IX : 16). Niet
alleen gevoelde hij, dat het zijn plicht
was naar Jeruzalem te gaan, maar hij
verlangde er naar, om den Joden te ver-
kondigen, hoe de Heidenen in Jezus hadden
geloofd, om de Gemeente door middel van