Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
478
XCIX. OPGAANDE NAAR JERUZALEM. 478
Schets van de Les.
Herinnert gij u, waar de Heer den
«leesten tijd doorbracht, toen Hij op aarde
was? Niet te Jeruzalem — daar was Hij
slechts nu en dan, bij gelegenheid van een
feest; maar — ? Herinnert gij u de laatste
groote reis (zie Les L en LX), toen Hij
Oalilea verliet, om «op te gaan naar Jeru-
zalem», tot den dood? — en /loe Hij
ging? — «het aangezicht richtende», met
verlangen (Luk. IX : 51, XH : 50) — en
dit, ofschoon Hij wist, wat Hem wachtte
<Matth. XX : 17, 18). Heden zullen wij
iets dergelijks zien — een man, die in
Zijne voetstappen treedt.
Zie hetgeen Jezus van Zijne dienst-
knechten zeide, Luk. VI: 40 (« gelijk zijn
meesteri)). Paulus noemt zichzelf een
«dienstknecht» van Christus (Rom. 1:1);
zie heden hoe hij zijn Meester volgde.
Hij «gaat» ook «op naar Jeruzalem».
Waarom? Wie zijn met hem? Staan wij
nu stil bij :
I. De Reis.
(1) Wij zijn te Troas, op een vroegen
Maandagmorgen — de gemeente is uiteen-
gegaan na de godsdienstoefening van den
vorigen avond — de metgezellen van
Paulus bevinden zich reeds aan boord van
het schip — waar is Paulus zelf ? Zie XX: 13
— op weg naar Assos — een afstand van
twintig mijl heeft hij alleen afgelegd, over
heuvelen en dooreikenbosschen(ZieAanL4).
Met welk doel ? Denk eens na — wanneer
willen menschen gaarne alleen zijn? Wan-
neer zij veel te doen of te overdenken
hebben, dat zij niet aan anderen kunnen
mededeelen. Paulus had het zeer druk
gehad met de prediking van het Woord,
enz. — nu heeft hij behoefte aan een-
zaamheid — om over zijn groot werk na
te denken — om tot God op te zien en
kracht te verkrijgen voor de beproevingen,
die hem wachten. Zeker is hij blijde, dat
hij die eenzame wandeling kan doen.
Hierin is de dienstknecht gelijk aan den
Meester, zie Mark. 1:35; Matth. XIV: 23.
(2) Aan dezen tijd van rust komt spoedig
een einde. Te Assos scheept hij zich in.
Daarop volgt de schoone reis — het vaar-
tuig beweegt zich tusschen vruchtbare
eilanden en het rotsachtige vasteland —
alles ziet er even zonnig en schoon uit,
nu het frissche voorjaarsgroen de landen
bedekt [Zie Aant, 1), Zij varen dicht voorbij
Efeze — zeker zullen de gedachten van
Paulus stilgestaan hebben bij die drie jaar,
welke hij daar heeft doorgebracht — hoe
verlangend zal hij geweest zijn zijne ge-
liefde broederen daar te zien! Waarom
was hij in een schip gegaan, dat er niet
ophield? vers 16 (Zie Aant. 2). Maar een
weinig verder te Milete houdt het schip
een paar dagen stil. Er is juist tijd genoeg
om de ouderlingen van de Gemeente te
Efeze te ontbieden (zie Aant. iO) — maar
het vaartuig is nu gereed — het kan niet
langer blijven — het vaart weg met Paulus
en zijne metgezellen — de wind is gunstig
(Zie Aant. 3). Patara wordt spoedig be-
reikt (XXI : I).
(3) Het schip gaat niet verder — hier
wordt de lading aan land gebracht — wat
moeten zij nu doen? vers 2. Gelukkig
vertrekt er juist een schip naar Syrië —
weder is de wind gunstig en komen zij
spoedig (zie Aant. 3) te Tyrus aan. Eene
oude Fenicische stad — Koning Hiram
regeerde daar (1 Kon. V:l) — maar God
had hare grootheid weggenomen, omdat
zij zoo trotsch en zondig was (Jes. XXHI;
Ezech. XXVHI); toch is zelfs hier een klein
aantal Christenen, vers 4 — misschien
«verstrooid» door de vervolging van Saulus
(VIII : 3, 4, XI : 19) — nu brengen zij
eene heilige en gelukkige week door met
dienzelfden Saulus! Maar daarop volgt